Leven in eenendertigvoud: een spoor

by: Lodewijk Verduin

16 december 2016.
Een dag kan ook een ruimte worden. Tien jaar na zijn dood kreeg Jeroen Mettes, in het bijzonder zijn magnum opus N30, in het Amsterdamse poëziepodium Perdu die ruimte. Na tien jaar inkadering, interpretatie en canonisering was het moment daar om terug te keren naar de tekst. Herdenken, niet door te lamenteren, maar door datgene te doen waartoe Jeroen Mettes’ werk ons keer op keer uitnodigt: te lezen. Terug naar de werelden die in de zinnen van N30 voor het oprapen liggen.

Een paar weken eerder verklaarde een verongelijkt tierende P.F. Thomése nog dat N30 een volstrekt onbegrijpelijke, zelfs betekenisloze tekst was die slechts door elitaire ‘eenlingen’ getolereerd kon worden. Er was niet veel meer dan dit programma voor nodig om deze verwijten te kunnen ontkrachten. 31 dichters, kunstenaars, academici, schrijvers en essayisten waren bereid om voor te dragen uit het werk van Jeroen Mettes. Met meer dan 100 bezoekers daarbovenop zat de zaal van Perdu zo vol dat beenruimte en vluchtwegen al gauw door tientallen eenlingen opgevuld moesten worden. Een zeer select gezelschap, inderdaad.

In een marathon van 1,5 uur werd er 3 minuten uit elk van de 31 hoofdstukken van N30 gelezen, geheel conform de voorschriften van Mettes zelf: ‘lineair […], maar niet per se (liever niet) van begin tot eind.’ Ieder hoofdstuk werd door een andere deelnemer gelezen en zo telkens vertolkt door een andere stem, gekanaliseerd in een ander, afwijkend ritme. Op deze avond kwam de tekst als een rammelend en kleurrijk vlechtwerk tot leven door, zoals Maurice Blanchot het zou stellen, 31 keer via een lezer in de wereld plaats te vinden.

Want dat doet deze poëzie: zij leeft. Of het nu in de sacrale evocatie van Frans-Willem Korsten, het charmante parlando van Alfred Schaffer, de videocollage van Dominique De Groen of de beukende cadans van J.Z. Herrenberg is — het is duidelijk dat N30 nog steeds meeslepend, hilarisch en vernietigend kan zijn. Dat deze tekst zo veel mensen, zo lang achtereen weet te boeien geeft blijk van het talent of vakmanschap van Mettes, dat Tonnus Oosterhoff in zijn essay probeerde te achterhalen. Was het de eclectische doch gecontroleerde compositie? De juiste verhouding kritiek-grap-anekdote? Het onverbiddelijk strakke ritme? Zonder daarop een pasklaar antwoord op te leveren, bracht deze avond de overdonderende energie en de meedogenloze gevatheid van N30 nog eens aan het licht. Duidelijk is dat N30 nog altijd fascineert, nog altijd iets teweegbrengt.

Het lezen van N30 is geen consumptie van een product, geen reproductie van een object. Het is een tekst die uitnodigt tot lezen, herlezen, herschrijven. Het is een tekst die de lezer op de tenen trapt, aan het lachen maakt, mateloos ergert en biologeert. De lezers van deze avond hebben N30 dan ook niet als een afgerond feit genomen: elke lezer selecteerde uit zijn/haar hoofdstuk, herschreef de tekst naar voorkeur door weg te laten of door te spoelen. Elke spreker knipte gaten in dit gedicht, dat er niet kariger van werd maar zijn toon en snelheid met gemak behield. Deze hiaten nodigden zelfs uit tot dialoog. Arno Van Vlierberghe vulde de gaten met dichtregels uit eigen werk. Samuel Vriezen herschreef het eerste hoofdstuk, verplaatste het perspectief naar 2016. Obe Alkema en Nguyễn Nam Chi gingen in de vorm van politieke interventies in gesprek met Jeroen Mettes. De tekst werd steeds op verschillende manieren opengetrokken, bevraagd, herschreven, geduid en gelezen. Het gedicht is nog altijd een gebeurtenis die door iedere lezer anders wordt vormgegeven, die iedere lezer uitnodigt om zich met het nodige geweld een eigen weg door de tekst te banen.

N30 als netwerk van ritmes dat steeds andere openingen, steeds nieuwe ingangen blootgeeft. Op deze avond werd een onderbelicht fragment van het project van Jeroen Mettes onder de aandacht gebracht: zijn grote liefde voor de botsing van kritiek, ritme en taal, zijn liefde voor hiphop. Over de beats die Mettes op zijn blog bejubelde werden op deze avond nieuwe teksten gebracht. Rappers Elten Kiene, Dean Bowen en Joost Hoekaf wisselden elkaar af in een driedelige cypher die na ieder tiende hoofdstuk het tempo omgooide, het ritme van stemmen ontregelde. Onmiskenbaar onthulde zich een unieke broederschap in muzikaliteit, een voortdrijvende alliantie die te vaak verhuld is gebleven.

Aan het eind van de avond dienden zich enkele conclusies aan. 1. We moeten het al 10 jaar doen zonder een van de interessantste dichters uit het Nederlands taalgebied. 2. N30 is nog altijd een ontzettend rijke en aangrijpende tekst, die niet monumentaal wil zijn, maar zich telkens door andere perspectieven laat openrijten en aaneenplakken. 3. Mettes’ poëzie kan, mag, wil (voor)gelezen worden — uit een contingente collectie stemmen en via een verbinding met de muziek die haar voedt, komt N30 als waarlijk événement naar voren.

Kortom, het is nog niet afgelopen. Jeroen Mettes is dood. En toch is hij daar, engageert hij studenten, senioren, prijswinnende dichters en debutanten. N30 kronkelt treiterend en bezwerend en smalend voort, het gedicht blijft nieuwe ritmes vinden om voort te duren, van vorm te veranderen, te blijven bestaan. Jeroen Mettes is dood, ja, en zijn werk blijft gelukkig springlevend. Jeroen Mettes is dood — Leve N30, Leve Jeroen Mettes.

Tags: , ,

Comments are closed.