Send As SMS

zondag, juli 30, 2006

ZOMERGASTEN

is een interessant fenomeen. Ik geloof niet dat het ooit een interessant programma is geweest, maar elk jaar weet de subtiel gedoseerde hype me weer te doen kijken. Is het ooit interessant geweest? Misschien ben ik te jong om me het te kunnen herinneren.

Wat zag ik vandaag? Een prominente politica en een prominente journalist zijn het met elkaar eens dat wat "we" vandaag nodig hebben in Nederland een demagoog als Tony Blair is, los van wat hij te zeggen heeft, puur om zijn stijl en leiderschap. Alleen de glimach van de leegte kan ons nog binden! Werkelijk, ik leef in duistere tijden.

Poëzienotities wordt vandaag één jaar trouwens.

donderdag, juli 27, 2006

Relatief oud nieuws dat nieuws blijft omdat het zo schandalig is

Schrijver/columnist Leon de Winter: "Dit is het Midden-Oosten en dat betekent dat proportionaliteit, zoals wij die term interpreteren, niet bestaat, en dat betekent dat je dus honderd maal erger moet terugslaan."



Nee, werkelijk, dat zei hij. Proportionaliteit bestaat niet in het Midden-Oosten. Wie heeft dat beslist? Israël natuurlijk. De mensen met de bom en de onvoorwaardelijke steun van de VS bepalen wat proportioneel is. Zie Carl Schmitt. En dat betekent dat Israël zoveel mogelijk onschuldige niet-Israëli's moet vermoorden. Omdat niets proportioneel is. 2 ontvoerde soldaten = een onbepaald aantal doden. Logisch.

Het meest walgelijk in deze walgelijke uitspraak van deze walgelijke man is het hypocriete "zoals wij die term interpreteren". In het Vrije Westen is immers alles proportioneel. Wij beschaafde lieden weten maat te houden. Beschaving = maat. Lees er Winckelmann op na. Bruine barbaren met baarden begrijpen dat niet. De Israëli's zijn de Grieken van het Midden-Oosten. Zij zijn de enigen in de regio die kunnen beslissen over maat, over wat proportioneel en niet proportioneel is. En het spreekt voor zich dat elke actie tegen het Israëlische imperium per definitie buiten elke proportie is.

"Zin is een moderne westerse opvatting," zegt De Winter ook. Waarmee hij wil zeggen: "Wij Europeanen en andere Amerikanen zijn beschaafde mensen. Wij voeren enkel zinnige oorlogen. Zie Irak. Maar onze zielsverwanten in Israël hebben te maken met barbaren, met het slijk der aarde, met tuig dat moet worden aangepakt/beschaafd met raketten/uitgeroeid/whatever. Zij verdienen ons Begrip niet."

"Het Midden-Oosten, de wet van de jungle..."

Raad eens wie de apen zijn en wie Tarzan.



*
Vrouwen uit de grootstad, deel 3:


Dit nummer heet dus niet "Kiss me", maar "I want you".

zondag, juli 23, 2006

WAAR BLIJFT HET ONWEER


Argh.

















*

Ondanks de onmenselijke en barbaarse hitte houdt het poëziedebat gewoon aan. Philip Hoorne op Poëzierapport over Anders komen de wolven van Florence Tonk:
Vanaf het achterplat kijkt een knappe jonge vrouw me recht in de ogen. Haar blik
is strak en vastberaden, maar ook sensitief en vragend. Zouden ze bij Nieuw
Amsterdam een afdeling hebben waar fotomodellen tot dichteressen (of vrouwelijke
dichters voor wie dit liever hoort) worden gesmeed?
Blijkbaar hebben "knappe jonge vrouwen" een uitgever nodig om tot dichter te worden gesmeed. Lelijke oude vrouwen, mannen en interseksuelen kunnen misschien gewoon op hun talent vertrouwen. Goed nieuws voor mij. Maar is Florence Tonk wel zo knap? Xavier Roelens nuanceert:
Als ik even een uurtje door Gent loop zie ik met gemak een tiental vrouwen die
ik knapper vind dan Florence.
Hoorne komt Roelens halverwege tegemoet:
Florence Tonk lijkt mij een zelfstandige, onafhankelijke, sterke, 21ste eeuws
jonge vrouw, die haar mannetje staat in de grote, boze, chaotische wereld, het
type vrouw dat je tegenwoordig, vooral in de grootsteden, bij bosjes aantreft.
Zo klinkt ook haar poëzie.
Kritische consensus! De poëzie van Florence Tonk klinkt als wat je bij bosjes aantreft. Maar het is natuurlijk niet de poëzie die hier vulgair is.

vrijdag, juli 21, 2006














Het RTL Nieuws van gisteren: 7 minuten Israëlisch perspectief, 2 minuten Libanees perspectief, een halve minuut voor verscheidene demonstraties rond de wereld. Nu de buitenlanders Libanon verlaten hebben en Beiroet dankzij de IDF steeds minder op Parijs gaat lijken zal de belangstelling waarschijnlijk nog verder afnemen.

Het NOS journaal probeerde meer gebalanceerd te zijn. Sympathiek. Maar er is natuurlijk helemaal geen balans in deze oorlog. De "two side to every story"-retoriek, gemanifesteerd in duo-reportages en de "debatten" waar de vrije wereld zo dol op is, mystificeert de overduidelijke asymmetrie van dit conflict. Het is zelfs nauwelijks een conflict, maar een politionele actie buiten elke proportie.

Ondertussen sturen de filantropen van onze regering een paar miljoen euro naar Libanon voor het verplegen van burgerslachtoffers, maar veroordelen het afslachten en verminken en traumatiseren van de burgers zelf niet. Gatverdamme. De buitenlandpolitiek van een provincie als Nederland lijkt zich te beperken tot twee keuzes: het leger van de Keizer ondersteunen met troepen óf haar slachtoffers verplegen/begraven. Hoe dan ook: het handhaven van Orde.

Alsof de burgerslachtoffers een bijkomstigheid zijn van een op zichzelf nobele, begrijpbare militaire strategie! Maar dit is net zo'n strategische doch zinloze afslachting van onschuldige mensen als het opblazen van een pizzeria in Tel Aviv, alleen grootschaliger. Een bloederig "signaal" van de meesters aan alle slaven en hun sympathisanten, niet enkel de terroristen van Hezbollah.

zaterdag, juli 15, 2006

Een blok beweging

SQV over "betekenissnelheid" in Gertrude Stein:

Bij Stein's abstractere teksten heeft een woord meestal maar een zeer
kort-durend domein waarin het actief is. De betekenis van een woord heeft in
zo'n tekst meestal vier woorden verderop al geen directe bijdrage aan de
betekenis van wat daar staat, behalve inzoverre de latere tekst de beweging van
de eerdere tekst voortzet.

Steins tekst is dus een soort machine die loopt op betekenismateriaal -- taal, of om meer precies te zijn: woorden -- dat in flink tempo wordt aangeleverd en verstookt, maar met het oog op de productie van iets anders dan betekenis. Wat dan? Beweging.

Dat klinkt als "autonoom taalbouwsel", maar dat is het niet. De "autonomie" is uiteindelijk niet talig, maar ritmisch. De tekst is een blok van snelheden en traagheden, dynamische schakelingen.

Waarschijnlijk moeten we hierbij een onderscheid maken tussen woorden, betekenis en beweging. Woorden vormen de grondstof; betekenis is het medium van de beweging. "Betekenis" is hier zoiets als een oppervlakte-effect, d.w.z. zeker geen eigenschap van de tekst als geheel, maar ook niet van de woorden op zichzelf. Betekenis is natuurlijk altijd een effect van het gebruik van woorden, van syntaxis, etc. Ze gaat niet aan de taal vooraf. Stein lijkt echter in te zetten op een zeer efemeer betekeniseffect. De curieuze paradox doet zich dan voor dat betekenis met dit bijzonder efemere karakter zich uitstekend leent als medium van een quasi-monumentale beweging. Of liever gezegd: beweging wordt monumentaal ("autonoom") op het moment dat haar medium een minimale dichtheid heeft bereikt. Een "stevigere" betekenis, of een "breder betekenisdomein" zoals Samuel het noemt, leidt immers de aandacht af van wat de woorden doen, om meer aandacht te leggen op wat ze zeggen. Daarom zijn Steins beste teksten misschien wel licht, maar zeker geen light verse. (Hoewel dat laatste begrip in relatie tot iemand als Stein misschien volkomen verworpen of in ieder geval herdacht moet worden.)


*

Ik vraag me trouwens wel af of het werkelijk het woord is dat dient als Steins basiseenheid van compositie. De zin en de alinea lijken me eerlijk gezegd de twee ritmische hoofdeenheden in haar werk. Ook bijvoorbeeld The Autobiography of Alice B. Toklas is wat dat betreft ontzettend afgemeten geschreven. Een "abstractere" tekst is "An Acquaintance with Description", waarin zinnen voorkomen als:

Always wait along never wait so long always wait along always wait along never wait so long never wait as long always wait along always wait along never wait so long never wait so long always wait along always wait as long always wait along never wait so long always wait along. Not to believe it because not to believe it because not to believe that it is here.
Maar ook de dynamiek van deze passage -- het begin van een willekeurig gekozen alinea die helaas te lang is om in zijn geheel te citeren -- berust voornamelijk op het contrast tussen de twee zinnen qua klank, kwantiteit en misschien zelfs qua visualiteit. Hoe dan ook, tussen de punt van zin 1 en de beginletter van zin 2 vindt een relatief abrupte schakeling plaats. De lezer is opgelucht: letterlijk, want hij kan even op adem komen. Hij begint vervolgens aan zin 2 met hernieuwde energie, maar deze zin blijkt een stuk korter. Waarschijnlijk mindert hij daarom vaart, om een energetisch evenwicht te behouden. (= Het prosodisch principe van isochronie.) Ik vermoed dat het dit soort schakelingen zijn die de boel levendig -- want zowel gevarieerd als evenwichtig -- houden.

Binnen de afzonderlijke zinnen wordt er volgens mij minder geschakeld dan geschoven, en dan niet zozeer tussen woorden dan tussen woordgroepen, bijvoorbeeld tussen "always wait along" en "never wait so long", en niet tussen "always", "wait", "along", "never", "wait", "so", "long".

Dat laatste kan natuurlijk ook, zoals in "Danger Risk Hazard Jeopardy Peril" van Bruce Andrews:
. . . Have Having Needful Don't Nothing Needed Can't Don't No Method Vent Another's Aim Fatherless Why Head Inflammable Paradise Known Constituents Quits . . .

Dat is een redelijk extreem voorbeeld, maar Andrews neigt, geloof ik, ook in zijn schijnbaar meer op woordgroepen en complexere formaties gebaseerde composities vaak naar het geïsoleerde woord. Het zal de zowel letterlijke als figuurlijke edginess van woorden zijn die hem aantrekt...

Maar bij Stein zijn het vnl. de edge tussen zinnen onderling, tussen alinea's onderling, en het meer mysterieuze verschil tussen zinnen en alinea's, die voortstuwend werken. Als Stein zegt dat alinea's "emotioneel" zijn en afzonderlijke zinnen niet, dan heeft dat misschien te maken met het feit dat er tussen de zinnen iets gebeurt: er valt iets, er stijgt iets op, of misschien blijft er iets verrassend stabiel... "Emotie" is dan vanzelfsprekend geen geestelijke toestand die d.m.v. ontroerende woorden wordt gecommuniceerd, maar zoiets als het karakter van een blok beweging.

*

Tenslotte nog wat poëzie-advies voor de vakantie: "Be careful."



*

O ja, Syd Barrett is dood.

vrijdag, juli 07, 2006

Niet

zoveel poëzie in deze notities de laatste tijd... Het spijt me. Om verschillende redenen lees ik nu veel proza, d.i. fictie. Een paar dingen daarover:

1. Nederlandse vertalingen van anderstalig proza irriteren me doorgaans een stuk minder dan oorspronkelijk Nederlands proza. Sterker nog: ze irriteren me bijna nooit. Hoe zou dat komen? Simpelweg door de kwaliteit van het vertaalde werk? Of doordat een vertaler, omdat hij gebonden is aan de tekst van een ander (een objectieve standaard als het ware), minder snel geneigd is "literair" te doen dan bijvoorbeeld een romancier? Want dat irriteert me waarschijnlijk het meest: ongemotiveerd "lekker gek doen" met taal.

Misschien gaat er in het strenge vertaalproces zelfs wel wat literaire fluff van het origineel verloren. Dat is dan mooi meegenomen!

2. Waarom irriteert fluff me veel meer in proza dan in poëzie? Is proza niet in essentie breedsprakig? En poëzie de zuiverste uitdrukking van de meest wezenlijke gedachte? Blijkbaar niet voor mij.

Of nee, ik tolereer fluff ook niet in poëzie. Maar wat in een verhaal te veel is is dat niet per se in een gedicht. Of vice versa.

Maar het zou dom zijn hier al te generaliserende uitspraken over te doen. Juist omdat je proza en poëzie in laatste instantie niet duidelijk van elkaar kunt onderscheiden, geloof ik, kun je ze ook niet met elkaar vergelijken als symmetrische tegenpolen.

3. Als Woody Allen een romanschrijver speelt, zoals bijvoorbeeld in Manhattan of Deconstructing Harry, moeten we dan geloven dat hij goed kan schrijven? Of is zijn proza een parodie op, noem eens iemand, Philip Roth? Vgl. de enigszins overschatte openingscène van Manhattan:



"He was as tough and romantic as the city he loved. Behind his black-rimmed glasses was the coiled sexual power of a jungle cat. New York was his town. And it always would be."

Als vrouwen zo wollig schrijven over seks heet het "chicklit" of "damesproza".

4. Gisteren wilde ik "André Hazes" zeggen, maar ik zei bijna "Michael Jackson".

5. Het is nog steeds te warm.

woensdag, juli 05, 2006

Ongeopenbaarde toekomsten

Emmanuel Levinas:

In de gevangenis van Bourassol en in de vesting van Pourtalet voltooide Léon Blum in december 1941 een boek. Daarin schrijft hij: "Wij werken in het heden, niet voor het heden." (...) De kracht van zijn filosofie is niet te vergelijken met de kracht van zijn vertrouwen. 1941..! een gat in de geschiedenis, - een jaar waarin alle zichtbare goden ons hadden verlaten, waarin god werkelijk gestorven was of in zijn ongeopenbaardheid teruggekeerd. Een man in de gevangenis blijft gelove in een ongeopenbaarde toekomst en nodigt anderen uit in het heden te werken voor de verst verwijderde dingen, die door het heden onweerlegbaar geloochend worden. Er ligt iets vulgairs en laags in een doen waarvan men alleen voor de onmiddellijkheid, dat wil uiteindelijk zeggen: voor ons leven, iets verwacht. Maar er ligt een zeer grote noblesse in een energie die uit de omknelling van het heden is bevrijd. Zich inspannen voor ver verwijderde zaken op een moment waarin het Hitlerdom triomfeerde, in de donkere uren van deze eindeloze nacht - onafhankelijk van alle berekening die de verschillende krachtvelden tegen elkaar afweegt - dat is waarschijnlijk het toppunt van noblesse.
Als stalinist kan ik het natuurlijk niet helemaal eens zijn met "noblesse" als antwoord op Hitler. Een flinke legermacht lijkt me wenselijker. Bovendien: werkte ook Hitler niet voor ver verwijderde zaken? Een Duizendjarig Rijk en daarna een stel tijdloze ruïnes? Is dat niet nobel? Of moeten we de droom van de nazis begrijpen als vulgair omdat zij hun utopie te snel, te gewelddadig, wilden verwezenlijken? M.a.w. omdat ze i.p.v. nog een paar boeken te schrijven een oorlog zijn begonnen? Dat zou bijvoorbeeld een jodenvrij Duitsland in theorie een nobele zaak maken, zolang het maar bij theorie zou blijven...

Dat bedoelt Levinas vast niet, maar zijn denken hier sluit deze perversiteit ook niet uit. Het is een consequentie, geloof ik, van zijn privilegering van het ethische boven het politieke. Blums "noblesse" kan niet liggen in zijn politieke (en dus partijdige) overtuiging (als humanist, socialist, whatever), maar moet ethisch (en dus quasi-universeel) gefundeerd worden in zijn persoonlijke belangeloosheid, zijn minachting voor bestaan in het heden als zodanig, "een voorbijstreven aan zichzelf, waarin het verlangen naar de epifanie van het Andere besloten ligt". Levinas gebruikt in feite het Hitlerdom als metafoor voor het heden als zodanig.

Oké, misschien is het heden als zodanig onwenselijk. Elk heden is een compromis tussen een onrechtvaardig verleden en een rechtvaardige toekomst. En een compromis is nooit meer dan een compromis; wie een compromis aanvaart, aanvaart in feite iets wat noch aanvaardbaar noch totaal onaanvaardbaar is. Een dergelijke conceptie van het heden lijkt me nobel. Nobel ook in de zin van: zeldzaam. "Het heden" wordt immers universeel geaccepteerd als de beste van alle mogelijke werelden. (Vrijheid, gelijkheid en broederschap? You're living it, bitch.) Wat zelfgenoegzaam en walgelijk is.

Maar de toekomst als zodanig is niet per se nobel. Een toekomst met Hitler is slechter dan een toekomst zonder Hitler. Bijvoorbeeld.

(Hetzelfde geldt voor de Ander. De Ander bij Levinas is het radicaal singuliere, dat door geen enkel algemeen begrip te vangen zou zijn. Maar ondertussen heeft Levinas het wel over de Ander als zodanig, d.w.z. als het algemeen singuliere. Maar niet alles wat singulier is is even wenselijk. En tegen sommige dingen moet je gewoon Nee zeggen.)

Maar: toch wel een krachtig citaat. Wellicht minder in relatie tot 1941 dan 2006. Ik kan me één Léon Blum wel voorstellen in 1941, misschien zelfs wel twee of drie of vier... Maar wie werkt er vandaag niet voor het heden? "Europa" of "globalisering" -- voor zover dat "idealen" zijn -- lijken me niet meer dan extrapolaties van het heden. Als het over "de mens" en zijn rechten gaat, wordt niets toekomstigs bedoeld, maar de onbeperkte uitbreiding van het rijk van de winstmaximaliserende mensaap. De toekomst als Heden 3.1, 95, 2000, XP, etc.


*

Hölderlin vs. Goethe, volgens Peter Weiss in zijn stuk Hölderlin:

GOETHE: Dort ist ja auch
der Holterlein
Ich hab Ihr Heftchen
vom Hipperion gelesen
und bin demselben nicht
ganz ungünstig doch
scheint zuweilen mir
das Bild der Natur weniger
sinnlichem und innrem
Anschaun zu entsprechen
als vielmehr blos
ein Conterfey
vom HörenSagen

HÖLDERLIN: Nein Hellas
ist dies Griechenland nicht
es ist ein kleines Stük nur
von entlegner Helligkeit
meines eignen Landes
dessen Gegenwarth
in Finsternissen
sich verbirgt
In Griechenland war ich noch nicht
hier aber war ich alzu lang
und mein Anruf Griechenlands
ist Aufruf zur Zerstrümmrung
des elendiglichen MachWercks
in dem wir uns zu jeder Stunde degradieren

Goethe hebt die Hände, um Hölderlin Einhalt zu gebieten.

HÖLDERLIN: Dies Land
es ist ein DungHauffen
Ausschütten will ich
meinen Hass
auf die Stubenheizer Speichelleker
und Schmarozzer unsrer Fürsten
die im AasGestank
all des verronnenen LebensBluth
sich räkeln
Und würde einst in einem seltnen
FrühlingsAugenblick die Welt
sich von den Sorgen lösen
und jeder Sclave
seine Ketten sprengen
hier blieb man doch
in seinem Fach und
kümmerte um nichts sich
als um Wetter
Fremdlinge sind wir
im eignen Hauss
und sitzen gleich Ulyss
mit dem BettlerStab am Thor
indess die unverschämten Freyer
drinnen im Saale lärmen
und fragen wer
hat uns den LandLäufer
gebracht

Goethe wendet sich ab. Hölderlin und Schmid gehen auf Goethe und Hegel
zu.


HÖLDERLIN: Ich wünsch den Tag herbei
dass ich die Feder
in den Kehricht werfe
die Blätter Papirs flattern lass
inn Wind
und dort hin geh
wo ich gebraucht werde

Hölderlin stampfend ab, gefolgt von Schmid.
Dat is óók een manier om het heden te weigeren. Weglopen en gek worden.


*

Frasen die ik niet meer wil horen in de tweede helft van 2006 en daarna:

- "Voetbal is kunst"
- "X is topsport"
- "Meiden percipiëren lezen als funactiviteit"
- "Vorm en inhoud"
- "De Amerikanen"
- "Het einde van de grote verhalen"
-