Send As SMS

zaterdag, april 29, 2006

Verspreid nieuws

Van "Stop the War on the Poor" stickers op Malcolm X Blvd tot de Whitney Biennial, en van de boekjes van Eliot Weinberger bij de kassa van de betere boekhandel tot een flink deel van de nieuwste poëzie: New York zag er erg gepolitiseerd uit afgelopen maart. 'Tuurlijk, het is New York... Maar nu heeft zelfs Neil Young -- een ouwe Republikein, toch? -- een anti-oorlogsplaat gemaakt, d.w.z. niet één nummer, maar een hele plaat die hij eerder deze maand heeft opgenomen en die, zo ontdek ik nu, in zijn geheel is te beluisteren als stromende audio. En hij is helemaal niet slecht ook. Nee, helemaal niet. Tenminste, niet tot dusver.

Hoe dan ook: beetje een raar land, de VS, op dit moment. Minimalistisch beeldhouwer Richard Serra maakt agitprop en de SDS (Students for a Democratic Society) zijn ook weer bij elkaar. In het Whitney kom je nogal wat onsuccesvolle verwijzingen naar de tegencultuur van de jaren 60 tegen, maar minstens zoveel zware melancholie en romantisch nihilisme. Een sardonische Gore Vidal, die zichzelf speelt in een videowerk, vat de stemming mooi samen: "Every moment in history is dark."

*

Mark Boog heeft de VSB gewonnen & daar heb ik ook helemaal geen problemen mee.


*

Binnenkort: De G van Gerbrandy.

*

donderdag, april 27, 2006

Citatendonderdag


Denn das l'art pour l'art ist ja fast niemals buchstäblich zu nehmen gewesen, fast immer eine Flagge, unter der ein Gut segelt, das man nicht deklarieren kann, weil der Name noch fehlt.

-- Walter Benjamin

At the risk of over intellectualizing, actual experimental rap happens all the time. You just weren’t paying attention (probably because you were partying/nodding your head/rapping along/stoned/drunk). It’s experimental when Timbaland gets a party started with a hiccuping baby or when Cam’ron/Posdnous/Project Pat/E-40 toys with language. It’s in the stark minimalism of snap music or the arhythmical stutter of Pharoahe Monch. Whether they know it or not, most hip hop producers refining and expanding upon techniques that were created by dorks in labcoats. And the best rappers are constantly breaking all the rules of literary and poetic convention. This is why, for all it’s success, rap is an intensely insular movement. This is why “Rappers Delight” (a fifteen minute song with no singing and no chorus that still got radio play) was so polarizing 25 years ago and why today TI can sell a million records in a month, have a hit movie out and still remain completely unknown by the bulk of the American public. Because all rap flies in the face of hundreds of years of musical conventions. It’s just so damn weird.

-- Posse On Blogway

dinsdag, april 25, 2006

I'm Your Man

Volgens Pitchfork heeft Mel Gibson een film geproduceerd over een van mijn helden. Nee, niet Jezus. Leonard Cohen. Zijn platen klinken al twintig jaar alsof ze gecomponeerd en opgenomen zijn op een speelgoedkeyboard, en hij kan al lang niet meer zingen, maar goed, het blijft Leonard Cohen. De film is een registratie van een concert waarin artiesten in de penopauze als Nick Cave en Bono hulde brengen aan de de bejaarde joodse zenmonnik, maar goed, het blijft Leonard Cohen. Dus daar gaan we heen. Tegen die tijd. Voorlopig is dit nieuwsfeitje niet meer dan een excuus om te experimenteren met youtube, aangezien ik Lenin eergisteren niet aan het dansen kreeg. "The Stranger Song":



"It's hard to hold the hand of anyone who's reaching for the sky just to surrender"!

maandag, april 24, 2006

DICHTERSALFABET: De E van Enquist

Anna Enquist (1945) is een van de bekendste schrijvers in de hedendaagse
Nederlandse literatuur.
Neem het niet van mij aan, maar van de flaptekstdivisie van de Arbeiderspers. Haar Verzamelde gedichten kunnen niet alleen in de poëziekast van uw boekhandel worden aangetroffen, maar eveneens bij de romans. Haar faam is een feit. Ze schrijft niet alleen gedichten, maar is een heuse schrijver. Voor de zekerheid plaats ik hiernaast een foto van Anna Enquist, zodat u haar in het vervolg kunt herkennen als zijnde een van de bekendste schrijvers in de hedendaagse Nederlandse literatuur.

Ik ben een beetje flauw. Dit is in ieder geval een helder statement voor een bundelflap; waarschijnlijk te verkiezen boven werk in de trant van:

Een rondvaartboot vol roodverbrande lijven passeert, hersencellen smelten in de
straling van mobiele telefoons, Taksims Pizzalijn bezorgt een folder. Wie is de
vloeibare jongen? Het blijft onduidelijk, maar de werkelijkheid is complex, en dat is poëzie.
Maar toch... Voor wie is die mededeling nu bedoeld? Voor de kluizenaar die niet weet wie Anna Enquist is? Oké. Ik weet niet wie Anna Enquist is. Wat leer ik over haar? Ze is bekend. Maar waarom is ze bekend? Nogal logisch, volgens de tekstschrijver:

Met haar gedichten, romans en verhalen verwierf ze een groot lezerspubliek.

Juist.

Waarschijnlijk is de tekst in kwestie gericht op lezers die normaal geen poëzie lezen. In dat geval is de correcte vertaling:

Jawel, Annelies, dit is de Anna Enquist over wie je gehoord hebt. Ze is bekend. Als
je haar leest hoor jij, als oningewijde Overijselse huisvrouw, voor even bij de
culturele elite zonder verdere concessies te doen.

Anna Enquist is chic op de manier dat Jane Campion films chic zijn: gemakkelijk te consumeren high culture. Je zou haar karakteristieke hoofd als buste in je huiskamer neer willen zetten, gewoon om gasten op te laten merken: "Hé, dat is toch Anna Enquist, een van de bekendste schrijvers in de hedendaagse Nederlandse literatuur?" Misschien is ze de vrouwelijke Harry Mulisch, hoewel de laatste wat moeilijker wordt gevonden omdat hij een man met een pijp is.

Hoe het ook zij, ze kan wel degelijk schrijven. Ze heeft een muzikaal oor en houdt van alliteratie en binnenrijm. Dat leidt soms tot rijmelarij:

Nu deze dag van een nieuw jaar,

nu zonder haar. Strijklicht grijpt

het verbroren land. Het is niet waar

("Omslag")

Maar niet vaak.

Ik heb het over de bundel De tussentijd trouwens (Arbeiderspers, 2004). Die gaat vnl. over het rouwproces, zoals de titel suggereert, en afdelingen als "Verloop van tijd", "Intussen" en "'Maak haar een plaats'". En niet het rouwproces in het algemeen -- een abstracter dichter had de bundel misschien Tussentijd genoemd --, maar een heel specifiek rouwproces: dat van een moeder om haar dochter. Enquist heeft, zoals iedereen weet, haar eigen dochter verloren, en je hoeft niet erg cynisch te zijn om in dat stukje human interest een reden te zien dat de bundel al aan de vijfde (?) druk toe is. Niettemin staat er geen "larmoyante kitsch" in De tussentijd, en zijn de gedichten zelden "gênant", zoals Piet Gerbrandy in een automatische reflex geconcludeerd moet hebben. Het is gewoon poëzie waar Gerbrandy niet zo van houd -- en ik in de regel ook niet --, maar kitsch is toch iets anders. Kitsch is bijvoorbeeld:

Jij bent er niet en ik kan enkel schrijven

mijn eenzaamheid in woorden op papier

zie sterren in de nachtelijke hemel drijven

waar jij nu bent, en ik blijf eenzaam hier

(Meer hier)

Deze gedichten zijn klassiek-modern, over het algemeen beheerst, evenwichtig. Beheersing is zelfs een belangrijk thema: "een masker van marmer bedekt / ons beestachtig gezicht" ("Niet"). Het cliché van een succesvol rouwproces -- het verlies "een plaats geven" -- ligt onder alle gedichten. Het verlies moet worden geëxternaliseerd, gerepresenteerd, voor-gesteld. Het doel is "het losmaken / van de dochter uit ons", tot ze een beeld is, een gedicht ("Sectie"). Allemaal zeer literatuurhistorisch en freudiaans verantwoord: een subjectief verlies wordt geobjectiveerd in de vorm van een kunstwerk en zo een plaats gegeven buiten het subject. De verlorene wordt niet vergeten, maar op een gezonde afstand geplaatst: "Ik blijf op anderhalve meter staan" ("Verzoek aan de schilder"). Blablabla, we worden er niet gelukkiger op, maar we gaan ook niet tenonder aan geïnternaliseerde woede (= Freuds definitie van melancholie).

De bundel is naar mijn smaak juist té beheerst, of liever: wordt te veel beheerst door een wil-tot-beheersing. We weten de uitkomst vanaf de eerste strofe van het eerste gedicht:

Verbaasd merkte de moeder

dat zij een menigte werd.

("Een menigte")

De bedoeling is dat de menigte weer bij elkaar wordt gedreven -- "hoeden" is Enquists werkwoord --, dat de orde wordt hersteld. Bovendien is de menigte in kwestie reeds volledig bepaald: "de weerloos-blije", "de verslagene", "de trieste", "de furie", "de wanhoopsmoeder"... We kennen de namen al, we hoeven ze alleen nog bij naam te roepen om ze samen te brengen. Echte wanhoop -- wanhoop die niet weet wát te roepen -- krijgen we nergens te zien. Er wordt geleden, maar de gebruiksaanwijzing van het rouwproces is in alle talen verkrijgbaar, en het defensiemechanisme is van te voren goed geolied:

een stevig vlies rond de zwellende

massa herinnerigen . . .

. . . Ik plooi me

roerloos om de kostbare

blokkentoren van gedachenis

. . . ik wacht

geduldig op de verlossing.

("Zwanger")

Het is een kwestie van geduld, maar de verlossing zal komen. Rouwen/schrijven volgens het boekje. Ik word er niet bang van. En in die zin raken deze gedichten, die zo duidelijk gebouwd zijn óm te raken, me niet.

zaterdag, april 22, 2006

Happy birthday, Lenin



Kijk, dit is nu wat Emma Goldman bedoelde met een dansbare revolutie.

Interessant: dat deze posthistorische broederschapsfantasie uit Israël komt. Het is een werkelijk slim en grappig filmpje, een reclame voor een tv-station lijkt me. (Ik heb nog niet de hele tekst van het lied kunnen ontcijferen en ik lees geen Hebreeuws.) Proletarische vrouwen met hooivorken prijzen Desperate Housewives aan, alsof Wisteria Lane het land van melk en honing is! Dat moeten we niet te naïef willen lezen. De trouwe kijker weet natuurlijk dat de wanhopige huisvrouwen ofwel ongelukkig ofwel doortrapt zijn. Grap 1: de hoop van de "revolutie" is (de consumptie van) wanhoop. Grap 2 is nog cynischer. Want boze proletarische vrouwen zijn niet zozeer grappig omdat zulke archaïsche wezens niet langer bestaan; we weten dat ze wel degelijk bestaan, alleen niet op televisie. Ze komen uit de Oude Doos, die hier voor de ene helft gevuld is met Hollywood cliché's en voor de andere helft met antieke Sovjetkitsch. Grap 2 is een reflectief-postmoderne grap. Waar dus, contra Zizek, Lenin ook niet aan lijkt te ontsnappen.

N.B. Kant en Oppenheimer zijn ook jarig, maar van hen zijn er geen leuke filmpjes.

vrijdag, april 21, 2006

Iemand moet het doen

Ik geloof dat ik op het punt sta een comeback te maken. De helm gaat weer op. Tis leuk geweest. Dus, uh, komend weekend of zo.

Waar ben ik geweest? Wel, ik heb me proberen amuseren met muziekblogs en tekenfilms, én ik heb mijn vingerafdrukken en gezicht afgestaan aan de VS in ruil voor de volgende dichtbundels:

- John Ashbery, Flow Chart: A Poem, The Noonday Press, 1991.
- Anselm Berrigan, Some Notes on My Programming, Edge, 2005.
- Joshua Clover, The Totality for Kids, University of California Press, 2006.
- Robert Creeley, On Earth: Last Poems and an Essay, University of California Press, 2006.
- Linh Dinh, All Around What Empties Out, subpress, 2003.
- Linh Dinh, American Tatts, Chax Press, 2005.
- Fanny Howe, On the Ground, Graywolf Press, 2004.
- Aaron Kunin, Folding Ruler Star, Fence Books, 2005.
- Philip Levine, What Works Is, Alfred A. Knopf, 1991.
- Philip Levine, Breath, Alfred A. Knopf, 2004.
- Drew Milne, Go Figure, Salt, 2003.
- Ange Mlinko, Starred Wire, Coffee House Press, 2005.
- Jennifer Moxley, Often Capital, Flood Editions, 2005.
- Frank O'Hara, Poems Retrieved, Grey Fox Press, 1996.
- Juliana Spahr, Fuck You-Aloha-I Love You, Wesleyan University Press, 2001.
- Juliana Spahr, This Connection of Everyone with Lungs, University of California Press, 2005.
- Charles Reznikoff, Holocaust, Black Sparrow Press, 1977.
- Charles Wright, Collected Poems, Wesleyan University Press, 1971.
- Franz Wright, The Beforelife, Alfred A. Knopf, 2000.
- Franz Wright, Walking to Martha's Vineyard, Alfred A. Knopf, 2000.

En literaire tijdschriften:

- The Hat #6 (poëzie)
- n + 1 #3 (essays)

En omdat ik op een gegeven moment per se Jelineks Wolken.Heim wilde lezen en het nergens in New York vinden kon (en überhaupt geen boeken in het Duits buiten de syllabus voor studenten Duits), als troostaankoop:

- Elfriede Jelinek, Wonderful, Wonderful Times, Serpent's Tail, 1990. (Vertaling van Die Ausgesperrten. Is daar geen Engels woord voor?)

Ik heb nog niet alles gelezen, maar tot nu toe viel Frank O'Hara het meest tegen. Het is altijd prachtig te ontdekken dat het laatste woord van één van je favoriete schrijvers niet werkelijk het laatste woord was en dat er meer is, ofwel, dat zijn Collected Poems niet zijn Complete Poems is. Maar de complementering in kwestie valt tegen. Wat logisch is. Maar toch... Een poëzie die het van haar levendigheid moet hebben i.p.v. van haar correctheid, en die mislukt, mislukt natuurlijk existenieel.

Robert Creeleys status heb ik nooit helemaal begrepen. D.w.z. ik begrijp wel dat hij kan schrijven, maar... Vaak gewoon banaal, toch? Aan de andere kant, nu ik On Earth doorblader op zoek naar banale citaten, kom ik alleen maar buitengewoon exacte regels tegen, zoals in het titelgedicht:
One's here
and there is still elsewhere
along some road to hell
where all is well --

or heaven
even
where all the saints still wait
and guard the golden gate.
En dat rijmt! Raadselachtig.

Jennifer Moxley bezit alle ingrediënten om me van haar te laten houden, maar heeft me daartoe nog geen goede reden gegeven.

Juliana Spahr is geweldig. Vind ik. Of in ieder geval behoorlijk interessant.

Jelinek in al haar depressing-as-fuck-ness is op een of andere manier geweldige vliegtuigliteratuur. Maar misschien zegt dat meer over mij dan over Jelinek.