Send As SMS

dinsdag, mei 23, 2006

Vertraagde speculaties over zgn. elektronische poëzie

De beste elektronische poëzie die ik tot nu heb gezien/gelezen zet de nieuwe techniek in met oog op een anti-technologische effect. De bewegende gedichten van Oosterhoff bijvoorbeeld: de manier waarop woorden en frasen opdoemen en verdwijnen = alsof ze geen lichaam hebben. De elektronische vorm spiritualiseert de taal zoals het wit van een pagina dat nooit zou kunnen. Een boek in je handen is een onhandig apparaat, vergeleken met de virtuele diepte van het scherm. Tegelijk brengt het elektronische mysterie de lezer in een passievere positie. Alles zegt: "Let op! Hier wordt Iets onthuld." Het medium verdwijnt totaal in die onthulling. En niet alleen het elektronische medium, maar in zekere zin ook de taal zelf. Tenminste, de taal als (schrijf)materiaal en (schrijf)techniek verdwijnt, en wat overblijft is taal als quasi-mystieke substantie.

Het rare is dus dat die poëzie slaagt omdat het nieuwe medium zo goed in staat is zijn medialiteit te verbergen, en daarmee een bepaald poëzie-ideaal verwezenlijkt dat veel ouder is dan dat medium. Vandaar waarschijnlijk dat de Kenners het onmiddellijk als Poëzie herkennen (daar zijn het tenslotte Kenners voor). Het berust op de mythe van een oorspronkelijke oertaal, een universele taal die niet gehinderd wordt door enige vorm van mediatie; poëzie zou dichter bij deze oertaal staan dan het proza van alledag. "De eerste mensen spraken in verzen," aldus Rousseau.

Natuurlijk vind ik dit problematisch. De grafische interface van Windows (of Mac) is reeds één en al verhulling. De "ramen" zijn niet transparant maar beschilderd, en kunnen in feite ook niet echt open. Het kloppende hart van zowel software als hardware blijft per definitie buiten beeld. Oosterhoff maakt vervolgens een obscurantistisch gebruik van deze toch al obscurantistische techniek.

Terwijl dit nieuwe medium fundamenteel talig is. Het wordt elke dag door alle mensen in de gedigitaliseerde wereld gebruikt om mee te schrijven. Wat ik eigenlijk zou willen zien = werk dat getuigenis aflegt van wat het betekent om elektronisch te schrijven (wat inmiddels iedereen doet, maar zonder daar bij stil te staan).

Eén ding dat mijzelf bijzonder fascineert: iedere keer als je op "Publish" of "Send" of "Save" drukt, of eigenlijk al bij iedere toets die je aanslaat, worden de letters van de taal die je spreekt omgezet in een code die je niet kunt lezen.

6 Comments:

Samuel Vriezen said...

Goeie observatie.

Wat het betekent om elektronisch te schrijven? Een oud en beetje melig verzinsel van me, nooit gerealiseerd, was om een soort Word-programma te maken waarbij welke toets je ook intikt, de volgende letter van een voorgekookte tekst (uiteraard een die de gebruiker beledigt of een Microsoft foutmelding o.i.d.) te voorschijn komt. (Misschien is de te voorschijn komende tekst wel een Flarfiaanse plundering van zinloze chatrooms, of misschien van poezieweblogs?)

5:52 PM  
bram said...

Trouwens Jeroen, prachtig gedicht van van Bastelaere!

5:54 PM  
Ruben van Gogh said...

"Het rare is dus dat die poëzie slaagt omdat het nieuwe medium zo goed in staat is zijn medialiteit te verbergen"
Maar tegelijkertijd zet dit medium de poëzie wel erg nadrukkelijk gevangen, omdat het uitsluitend in dit medium kan bestaan (ja, een blinde in een gevangenis ziet net zoveel als daarbuiten). Electronische poëzie kan niet voorgedragen worden, niet uitgeprint worden, alleen ondergaan worden binnen dat medium – eerder een mediale dictatuur dan (goed, een Singaporese variant dan, hij valt niet direct op, en het is er aangenaam toeven).
Electronische poëzie is een soort podiumpoëzie – het ziet er allemaal wel leuk uit op zo'n scherm, maar ik vraag me af wat ervan op papier overblijft ;-)

7:43 PM  
Jeroen Mettes said...

Klopt, klopt. Maar een cd-rom kun je thuis bekijken met een glas wijn, en dus is het hogere cultuur, duh.

5:24 AM  
Herlinda Vekemans said...

Enige vluchtige denkpistes over electronisch publiceren, met enige tegenzin, want ik hou van poëzie op papier (maar er zijn te veel bundels om te kunnen volgen). Een debutant zou op het internet genegeerd worden. Maar hoe zou het gesteld zijn als een bekend en gevestigd dichter het commerciële van uitgeverijen al of niet in overleg even liet voor wat het is en via de gebruikelijke kanalen (het is erg klein dit wereldje, begin ik zo stilaan te beseffen) kond deed van zijn of haar publicatie op een weblog, of op dat van de uitgeverij)

Stel dat Een voorbode van iets groots op VBastelaere's eventuele weblog had gestaan of op dat van zijn uitgeverij, we waren allemaal gaan lezen. De titel van de bundel had een extra betekenis gekregen. De uitspraken van VB over verzet tegen de dominantie van marktmechanismen waren daadwerkelijk in de verf gezet (zeker in het geval de bundel op een eigen website gepubliceerd is). Meer lezers bereikt. Democratischer te werk gegaan. Goed voor de poëzie?

Als dat te drastisch is, wat dan met een combinatie van papier en internet? Uitgeverijen zouden nog poëziebundels kunnen produceren: een oplage gedeeltelijk gebaseerd op een intekenlijst, dus ‘poetry on demand’. Of een deel van een bundel zou op een website kunnen komen. Websites van uitgeverijen zouden zo drukker bezocht worden, ook goed voor hen, hun hele fonds krijgt zo aandacht. Er zouden meer lezers uit nieuwsgierigheid zijn. Handig ook voor studenten en mensen met kleinere inkomens, of mensen met een stevige interesse in poëzie, :)

De dichter verliest een mogelijke bron van inkomsten, dat wel (of vermijdt een verlies; ik geef graag bundels weg).

Dichters die full-time van een subsidie leven zouden tenminste een deel van hun werk op het net toegankelijk kunnen maken. Dienstbaarheid aan de gemeenschap.

Er zijn vast bedenkingen bij deze mogelijkheden.

4:43 PM  
shrdlu said...

"worden de letters van de taal die je spreekt omgezet in een code die je niet kunt lezen."

Dat klopt.
En precies daarom hebben de computeringenieurs al 50 jaar lang "programmeertalen" ontwikkeld om de machines dingen te laten doen die we willen dat ze doen.

En uit die talen ontstaan, denk ik, vandaag een nieuw "genre" van schrijven (o.a. in de programmeercodes); op het kruispunt tussen logica en poëzie, tussen ratio en gevoel, tussen koude afstandelijkheid en ontroerende intimiteit.

Hieruit ontstaat een nieuw soort "ambacht" - enfin zo zie ik het - waarbij niet alleen informatici beginnen te programmeren; maar eenieder die met zijn computer creatief bezig is. Omgekeerd worden ook programmeurs geconfronteerd met het feit dat ze met taal bezig zijn.

Binaire codes zijn "onleesbaar" niet omdat ze niet menselijk zijn, maar omdat ze virtueel zijn; ongrijpbaar aanwezig in het hart van de machine (processor, geheugen enz...). De enige manier om met die virtualiteit om te gaan bestaat er dus blijkbaar in, nieuwe soorten talen uit te vinden.

Hetgeen mij dus fascineert is dat zo goed als alles in de machine door taal geregeerd wordt.

8:42 PM  

Een reactie plaatsen

<< Home