Send As SMS

zaterdag, december 31, 2005

Ted Berrigan, "Anti-War Poem"

It’s New Year’s Eve, of 1968, & a time
for Resolution.

I don’t like Engelbert Humperdink.

I love the Incredible String Band.

The war goes on

& war is Shit.

I’ll sing you a December song.

It’s 5 below zero in Iowa City tonight.

This year I found a warm room
That I could go to
be alone in
& never have to fight.

I didn’t live in it.

I thought a lot about dying
But I said Fuck it.

zaterdag, december 17, 2005

Van onze correspondent in het oosten:

De Vlaamse auteur Paul Verhaeghen heeft gisteren met zijn roman Omega Minor de F. Bordewijkprijs voor het beste Nederlandstalige boek van 2004 gewonnen. Het bijbehorende prijzengeld van 5000 euro wil hij echter niet in ontvangst nemen. Verhaeghen wil niet dat de 2000 dollar die hij aan belasting zou moeten betalen, terechtkomt in de schatkist van de Verenigde Staten, waar hij woont.


40% belasting? In de VS? Ja, maar... "Ik kan mijzelf voorhouden dat dit belastinggeld naar openbare scholen zou gaan, of naar gezondheidszorg, of naar die veertig miljoen Amerikanen die onder de armoedegrens leven. Maar dat is natuurlijk niet zo," zegt Verhaeghen, en hij vergelijkt vervolgens de hedendaagse VS met Duitsland in de jaren dertig. "Zoals de nazi’s de praktijk van de gruwel exporteerden naar Polen, zo houdt de Amerikaanse regering deze mensen vast in Irak, Afghanistan, Egypte en Cuba, en op talloze andere plaatsen. Daar zijn weer folterkamers."

In Amerikaanse gevangenissen is het echter ook niet zo gezellig: zie hier (BBC, via). Dus Sybren Polets oude maxime "Alles ligt in Amerika, alleen Amerika niet" klopt niet helemaal. Zelfs Amerika ligt in Amerika.

"It uses electricity to remotely immobilize people."

Dat is natuurlijk een ideaal. Het blijkt zo niet te werken. Je moet best dichtbij komen met je tazer en je hoort geschreeuw en misschien hoef je een man in een rolstoel niet per se te immobiliseren, maar... Het is een ideaal. "To remotely immobilize people": ook in Irak niet gelukt. Maar stel je voor als het zou lukken.

*

Ben nu de Collected Poems van zowel Kenneth Koch als Ted Berrigan aan het lezen.

woensdag, december 14, 2005

Jeroen is terug uit Korea

Abe de Vries aan Thomas Vaessens:

Het punt is dat jij als een poëzie-arts een boek hebt geschreven dat ik als een recept heb gelezen, en ik meen dat ik niet de enige ben. Ik moet niets hebben
van jouw recept en ik heb daar niet alleen op dit weblog ongemanierd lucht aan gegeven, maar ook in een fatsoenlijk artikel, in een fatsoenlijk literair
blad.
Ik heb dat "fatsoenlijke artikel" -- een bespreking van Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen (Vantilt 2003) -- niet bij de hand, maar vraag me af hoe het boek van Vaessens en Joosten gelezen kan worden als recept. Op de cover staat een Taco Zip cartoon: Vantilt poseert als Apollo, Plunk maakt een nonfiguratief schilderij. (Of is dat een schoenzool?) Een allegorie voor de discontinuïteit tussen de werkelijkheid en haar representatie, een "postmodern" thema, dat ons inmiddels misschien de neus uitkomt? Sure. Maar misschien ook een ironische allegorie voor het boek zelf, een relativering van de diagnose van de auteurs? En het is sowieso een diagnose die wordt gesteld, geen recept dat wordt uitgeschreven. Bovendien wordt de diagnose geformuleerd in termen van problemen (van de moraal, de identiteit, etc.) die postmoderne poëzie op zou leveren voor een zgn. modernistische leeswijze. D.w.z.: de diagnose wordt negatief geformuleerd, niet positief. Weer geen recept. (Die negatieve definitie vind ik nu juist, trouwens, weer problematisch.)

Hoe dan ook, De Vries kan er niet om lachen, dat van zijn Apollo wordt geabstraheerd. Apollo is de god van het licht en de heldere vormen, van de probleemloosheid en de herkenbaarheid. De Vries heeft het over "poëzie van vlees en bloed", welke natuurlijk tegen "academisme" moet worden afgezet. Want academici, dat zijn mensen met een bibliografie i.p.v. een bloedsomloop.

Maar er is hier sprake van een verwarring waar ik volgens mij al eens eerder over heb geschreven.

De term "academisme" slaat oorspronkelijk op een "opvatting van beeldende kunst die uitgaat van overgeleverde principes", zoals die lang, lang geleden werd gehuldigd aan kunstacademies. Met enige verbeeldingskracht zou je de term ook toe kunnen passen op streng prescriptieve poëtica's zoals die van Boileau, of hé, misschien wel op sommige manifesten van de historische avant-garde. De term toepassen op hedendaagse letterkundigen simpelweg omdat ze aan een universiteit verbonden zijn en literatuur lezen en proberen te begrijpen vanuit een academische discipline is echter even onzinnig als biologen of fysici beschuldigen van "academisme" en roepen om "een natuur van vlees en bloed a.u.b."!

Maar misschien raakt De Vries toch wel aan een interessant punt. Het wetenschappelijk ideaal is natuurlijk beschrijven, niet voorschrijven. Maar literatuur is een curieus wetenschappelijk object. Het lijkt erop dat een waardeoordeel een wezenlijk deel uitmaakt van het literaire werk: "Dit is literatuur, en wel literatuur die er genoeg toe doet om over te schrijven." De absurditeit van een "empirische literatuurwetenschap" is dat ze in haar poging een "objectieve" wetenschap te zijn naar klassiek natuurkundig model, zich beperkt tot de literaire randfenomenen die geen oordeel van de wetenschapper vergen; haar objectiviteit is schijn voor zover ze geen betrekking heeft op wat haar eigenlijke object van onderzoek zou moeten zijn: de literatuur zelf. Lezen is immers altijd al oordelen en je positie bepalen. Waarderen, interpreteren.

Zo suggereren Vaessens en Joosten ongetwijfeld dat de poëzie van Arjen Duinker interessanter is dan die van Anna Enquist. Vanwege Duinkers "etherische taalfilosofische verkenningen" waar De Vries over spreekt? Eerder het tegenovergestelde, als ik me hun lezing van Duinker goed herinner. Maar de reden doet er niet zoveel toe. Het gaat er om dat juist in de waardering, in welke waardering dan ook, het "er toe doen" van poëzie besloten ligt. Dat juist die waardering als academistisch, wereldvreemd recept wordt begrepen is ironisch, en tekenend voor een debat dat vnl. in abstracties en generaliseringen gevoerd wordt.

("Vlees en bloed" is abstract: een clichématige uitdrukking die verwijst naar een vaag soort zgn. universele ervarig. Kortom: talig en etherisch. Maar filosofisch noch verkennend: bewust vaag.)