Send As SMS

dinsdag, november 29, 2005

Update

- Ik ben even weg geweest. Ik ging een tijdje geleden op essayvakantie en ben nooit helemaal teruggekomen. Toen ik om de dag blogde schreef ik weinig aan essays/papers/proefschriften en nu is het vice versa. Zijn de vormen aan elkaar tegengesteld? Ik merk dat ik in essay mode meer weerstand voel om überhaupt te schrijven, laat staan openbare notities. Dat zal wel aan het aura van papier, publicatie en voetnoten liggen. Het moet anders kunnen. Ik bedoel: als Chrétien Breukers 50 boeken uit kan geven en ons toch elke dag van poëzienieuws weet te voorzien, dan moet zo'n Dichtersalfabet er toch ook in regelmatig tempo doorheen te jagen zijn? Ik zal me daar eens op bezinnen.

- Maar ik ga nu (zometeen) echt op vakantie: twee weken naar Korea. Zuid. Misschien moet ik mijn weblog tijdelijk onderverhuren zoals wijlen Olaf Risee placht te doen. Zijn er vrijwilligers in de zaal? Eigenlijk vind ik dat iedereen een weblog moet beginnen.

- Verder: goed nieuws: ik ben nu officiëel redacteur en vaste medewerker van yang en Parmentier respectievelijk, m.a.w. de twee beste tijdschriften in de Nederlandse taal. (Voor een empirisch bewijs van deze stelling zie Mettes 2005: 27.)

- Ik liep vorige week weg uit een café met een Australische studente die, verwijzend naar Nederland, me toevertrouwde: "Zo eindigen wij ook." Toch fijn om te weten dat we in een visioen leven, niet?

- Hopelijk val ik dit keer niet flauw in het vliegtuig.

dinsdag, november 15, 2005

Prozanotities

"Gelovers in de slechtheid van de mens kunnen met De joodse messias weer helemaal hun lol op," schrijft Max Pam over Grunbergs laatste roman, en hij gebruikt die uitdrukking nu eens niet ironisch. En: "een kwaadaardig boek." Er is inderdaad iets lolligs, iets plezants, aan het kwaad. Iets geils. Dat is een basispremisse van dit boek, en het is niet verwonderlijk dat Pam zich in zijn recensie onbewust identificeert met de hoofdpersoon:
Even dacht hij: ik eet de luizen van de joden. Die gedachte hield hem bezig en wond hem zelfs een klein beetje op, zoals verboden gedachten jongelui kunnen opwinden.
Ik meende die jongensachtige opwinding ook geregeld te herkennen in Pams recente documentaire over W.F. Hermans, de Nederlandse koning van het kwaadaardige boek. Hermans zou volgens de mare elke illusie die de mens over zichzelf maakt doorprikken. Is dat ook Grunbergs ambitie? Hij geeft zijn roman het volgende motto mee: "Het laatste wat sterft is hoop." Dat klinkt niet bijzonder optimistisch. De volgende passage is te lezen als een commentaar op dit motto:
Xavier rende fanatiek, zonder zich rust te gunnen, zoals zijn opa de vijanden van het geluk had bestreden, voor iets wat groter was dan hijzelf, iets wat buiten hem lag, een ideaal, een fantasie die zich niet meer liet onderscheiden van realiteit, die zelf realiteit was geworden. Alle ambitie begint met de fantasie dat je iemand anders kunt zijn dan wie je bent: overwonnen en geslagen, zonder toekomst en in zekere zin ook zonder verleden. De fantasie is het die je optilt, meesleurt, groter maakt dan je ooit had gedacht te zullen zijn en je dan achterlaat als een lege zak. Wie goed kijkt ziet dat we niet meer zijn dan werktuigen in handen van onze fantasie. Misschien is het niet eens onze eigen fantasie die wij vervullen, maar die van anderen, mensen die wij nooit hebben gekend en nooit zullen kennen. Wij vervullen de fantasie van schimmen.

Vanaf "Alle ambitie..." is de verteller aan het woord. D.w.z. hij was daarvoor al aan het woord, maar de eerste zin wordt gefocaliseerd door Xavier. Vervolgens krijgen we commentaar op Xaviers vermeende naïviteit, waarin hij zelf geen inzicht kan hebben. Idealen worden ontmaskerd als fantasieën. Er is niets dan het ego ("wie je bent"). Maar tegelijk wordt gezegd dat het ego niet meer is dan een werktuig in handen van de fantasie, en dan nog wel de fantasie van anderen. Gaan het ego en "de anderen" nu vooraf aan de fantasie of andersom? Ik vermoed het laatste. De fantasie zelf, op het moment dat zij als fantasie ontmaskerd zou worden, wordt op buitengewoon beeldende wijze gepersonificeerd: "De fantasie is het die je optilt, meesleurt, groter maakt dan je ooit had gedacht te zullen zijn en je dan achterlaat als een lege zak." Allemaal figuurlijk taalgebruik. M.a.w. de fantasie laat zich niet onfantastisch beschrijven; er is geen waarheid van de fantasie.

Geloof in de slechtheid van de mens -- de mens als immoreel, genotsmaximaliserend ego -- is niet minder een illusie dan geloof in zijn intrinsieke goedheid, en de zondeval is niet minder een fantasie dan de verlossing. Grunberg zegt het in feite expliciet: "Xavier rende fanatiek, zonder zich rust te gunnen, zoals zijn opa [een SS-er] de vijanden van het geluk [de joden] had bestreden, voor iets wat groter was dan hijzelf, iets wat buiten hem lag, een ideaal, een fantasie". Dat is de fundamentele provocatie van deze roman: het kwaad voorgesteld als ideaal, als voorwaarde voor troost, en uiteindelijk als troost zelf. Xavier Radek ziet het als zijn roeping de joden te troosten, en hij doet dat in de geest van zijn grootvader de nazi. Dat is een pervers gegeven, maar niet minder pervers dan de manier waarop Auschwitz wordt verkocht als openbaring van het kwaad, en in die hoedanigheid als troostprijs voor de Europese beschaving: gelukkig hebben we het kwaad nog, en misschien: schuld... Maar zelfs die laatste zekerheden sneuvelen.

Tenminste, als we het boek op een bepaalde manier lezen, misschien tegen beter weten in. De verteller -- die geen rol speelt in het verhaal en dus automatisch een zekere autoriteit heeft -- is vaak moralistisch, zoals iemand die in het kwaad gelooft niet anders dan moralistisch kan zijn. Het zit hem vooral in de toon:
De trui was gekocht toen ze een gelukkig gezin waren, de Radeks. Een gelukkig gezin met een klein geheim.

De spatie tussen deze twee zinnen functioneert als opgeheven vingertje: "Pas op!" De herhaling van "een gelukkig gezin" is wel erg dubbelop. Hadden we de ironie niet al de eerste keer begrepen? Maar dat doet een moraal: het feit herhalen, waarmee een algemene geldigheid wordt gesuggereerd. Het gezin Radek is niet alleen ongelukkig, maar het is ongelukkig zoals alle gezinnen. Ongeluk is een ander woord voor leven. Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt. Etc.

Toch eindigt het boek niet met een doodsteek voor de hoop. Een atoomoorlog staat op het punt van uitbreken, Xavier gelooft nu enkel in de taal van pijn en lijden ("het mes is warmer dan de mens") en hij zegt tegen zijn dode vriend Awromele: "Onze enige troost is de vernietiging." We krijgen echter het idee dat hij zichzelf nog steeds een verhaaltje aan het vertellen is, en dat zijn nihilistische filosofie niet zoveel verschilt van de pelikaan zoals Awromeles zus de messias sinds haar kindertijd heeft voorgesteld: even inadequaat als troostmiddel tegen dat waar geen troost voor is, en eigenlijk onnodig veel ingewikkelder.

Misschien kan het einde van de hoop simpelweg niet verbeeld worden, omdat hoop en fantasie/verbeelding met elkaar verweven zijn, zo niet identiek aan elkaar.

*

Over de verbeelding gesproken: The Worst Record Covers of All Time. Ik ben geen verzamelaar, maar deze lijst is behoorlijk overtuigend.

zaterdag, november 12, 2005

Schaamte

Ik ben aan het lezen over schaamte. Marx en Deleuze/Guattari zien er prachtige dingen in. Marx:

The mantle of liberalism has been discarded and the most disgusting despotism in all its nakedness is disclosed to the eyes of the whole world.

That, too, is a revelation, although one of the opposite kind. It is a truth which, at least, teaches us to recognise the emptiness of our patriotism and the abnormity of our state system, and makes us hide our faces in shame. You look at me with a smile and ask: What is gained by that? No revolution is "made out of shame". I reply: Shame is already revolution of a kind; shame is actually the victory of the French Revolution over the German patriotism that defeated it in 1813. Shame is a kind of anger which is turned inward. And if a whole nation really experienced a sense of shame, it would be like a lion, crouching ready to spring.
(Brief aan Ruge, 1843)

Deleuze/Guattari:
We also experience it in insignificant conditions, before the meanness and vulgarity of existence that haunts democracies, before the propagation of these modes of existence and of thought-for-the-market, and before the values, ideals, and opinions of our time. The ignominy of the possibilities of life that we are offered appears from within. We do not feel ourselves outside of our time but continue to undergo shameful compromises with it. This feeling is one of philosophy's most powerful motifs.
(Qu'est-ce que la philosophie?)

(De schaamte in het Engels te lezen!) Wat het meest opvalt: de schaamte betreft niet zozeer "ons" als wel een contingente bepaling van dat "ons": Duitser, eigentijds... Maar sommige compromissen sluit je niet met je tijd maar met jezelf. De ene helft met de andere helft, opdat er een geheel is. Een schandelijk geheel.

dinsdag, november 08, 2005

Jawel

Ze komen eraan! De literatuurdarwinisten!
Soon after reading "The Naked Ape," Gottschall reread the "Iliad," one of his
favorite books: "As always," he writes in the introduction to "The Literary
Animal," "Homer made my bones flex and ache under the weight of all the terror
and beauty of the human condition. But this time around I also experienced the
'Iliad' as a drama of naked apes - strutting, preening, fighting, tattooing
their chests and bellowing their power in fierce competition for social
dominance, desirable mates and material resources."
Nu ja, laten we hopen dat het een rage wordt. Laten we zelfs hopen dat het minder reductieve lezingen oplevert dan de volgende:
Consider Mrs. Bennet, Elizabeth's mother. Jane Austen calls her "invariably
silly," and most critics over nearly two centuries have agreed. But for Literary
Darwinists, her marriage obsession makes sense, because she also has a stake in
what is going on. If one of her daughters has a child, Mrs. Bennet will have
further passed on her genetic material, fulfilling the ultimate aim of living
things according to some evolutionary theorists: the replication of one's genes.
Welk exegetisch probleem heeft de literatuurdarwinist hier nu eigenlijk opgelost? Geen enkel. Hij heeft een min of meer complex romanpersonage gereduceerd tot zijn eigen platte mensbeeld (een pleonasme). En met een behoorlijke dosis tekstextern geweld wel te verstaan. Als we in een dergelijke leeswijze volharden, dan is uiteindelijk elk personage hetzelfde, wordt elke handeling gemotiveerd door dezelfde biologische hardware, en is uiteindelijk ieder boek hetzelfde. Of nee: ieder goed boek. Want: "the most effective and truest works of literature are those that reference or exemplify these basic facts".

Maar is Mrs. Bennet nu werkelijk minder "silly", nu we "weten" dat ze gewoon haar natuur volgt? Natuurlijk niet. Netzomin als een aanrander, die zich beroept op darwinistische principes, zich minder schuldig zou mogen voelen. Waardering -- "silly", "schuldig", etc. -- is iets tussen mensen -- tussen personages, tussen lezers en boeken --, niet tussen een aap en zijn onderzoeker.

Mrs. Bennet heeft bovendien helemaal geen genen. Ze bestaat uit woorden. Het is de lezer die beslist of ze wel of niet begrepen wordt als de representatie van een naakte aap, en zo ja, of dat dan ook haar "essentie" is. Dat is óók een morele beslissing: een waardering van het personage. De wens dat literatuur de "basic facts" van de biologie moet representeren is geen waardevrije wens, hoe waardevrij de wetenschap in kwestie ook mag zijn.

Maar laten we hopen dat het boek beter is dan wat ik op basis van de bespreking durf te verwachten, en laten we hopen dat het wat wordt, het literatuurdarwinisme. Dan staat er weer eens echt wat op het spel, en wie weet wordt zelfs "humanisme" weer een term met enige positieve connotaties in de academie. "Zonder het schaamlapje van een zekere beschavingsideologie staat de literatuur voor lul," schrijft Marc Reugebrink in een schijnbaar heel andere context. Dat laatste woord moeten we in dit geval behoorlijk letterlijk nemen. (Hoewel natuurlijk ook slechts een vlezig instrument van het verrassend immateriële DNA, etc.)

Meer links: hier en hier.

*

Klaar met de New York Times? Lees eens Der Spiegel: in het Engels! Er wordt werkelijk geen toevalligheid betekenisloos gelaten in de poging de rellen in Frankrijk tot de Koran en de grot van Bin Laden te herleiden:
It was merely a coincidence that Queen Elizabeth and British Prime Minister Tony
Blair met with the family members of the 52 victims of the London subway and bus
bombings last Tuesday to officially mourn their deaths on July 7. And it was
also nothing but a coincidence that last Wednesday was the anniversary of the
murder of Dutch filmmaker Theo van Gogh by an Islamic extremist. But these are
highly symbolic coincidences that have not gone unnoticed, as evidenced by a
recent story in Time magazine that describes a "Generation Jihad" forming in Old
Europe.
Wat staat hier? Twee toevalligheden zijn symbolisch, omdat? Omdat de conclusie al getrokken is. En die is minder gebaseerd op analyse dan op associatieve logica: steen gooiende allochtoon in Parijs = Palestijn in Israël = Intifada = Jihad = O, dat arme Oude Europa. Er zijn islamtische gebedsruimtes in EuroDisney! Omg wtf!? Ons eigen EuroDisney!

Het artikel illustreert de foto's i.p.v. andersom.

En natuurlijk -- als was het een boek van Houellebecq -- moet er een verwijzing naar Mei 68 in:
The Molotov cocktails, the stone throwers and the fanaticism are all reminiscent
of the student riots of 1968. But this time the rioters are not the avant-garde,
their leaders no leftist intellectuals like Jean-Paul Sartre or Daniel
Cohn-Bendit.
Blanke babyboomers deden alles veel beter, zoals bekend, zelfs auto's in de fik steken. (Is dat trouwens geen onzin, wat betreft die intellectuele leiders? Liepen Sartre c.s. niet achter de feiten aan? En hoe oud was Cohn-Bendit?) Maar goed, een progressieve gebeurtenis kan ik hier ook niet in zien. Dat weerhoudt niet iedereen ervan te klinken als Mao Zedong:
"We were too soft. The days of drinking tea are over," says Dutch Minister of
Immigration Rita Verdonk, who has adopted a hard-line approach toward
troublemakers.
"A hard-line approach to troublemakers"? Als we dan toch aan het associëren zijn: hier.

zaterdag, november 05, 2005

Urgentie als "innerlijke noodzaak" is verrassend contingent. Zo vond ik het blijkbaar urgenter om destijds nogal wat blogruimte met Katrina te vullen, en niet met ons eigen, meer recente Katrinaatje. Dat heeft waarschijnlijk minder met een gebrek aan verontwaardiging te maken -- mijn existeniële Grundstimmung immers -- dan met toevallige modulaties van mijn stemming: werk te doen, een ander dagritme, etc. Of misschien begin ik gewoon te wennen aan de optocht van morele en werkelijke misdaden die in mijn naam worden begaan of op hun beloop gelaten?

Hoe dan ook, vandaag besteed ik mijn verontwaardiging uit aan de professionals. Via Indymedia NL:
Burgemeester Job Cohen, die op 2 november tijdens de Theo Van Gogh
herdenking het recht op vrije meningsuiting nog vurig verdedigde, lijkt daar
twee dagen later plots heel anders over te denken. [...] [O]p vrijdag 4 november
om acht uur werd een eerste poging gedaan om een spandoek dat het
vreemdelingenbeleid in vraag stelt te laten verwijderen aan de gevel van Het
Wilde Westen. De volgende morgen om half zeven volgde een brutale inval waarbij
veel schade werd aangericht en het spandoek met veel geweld werd weggehaald.
Rond kwart voor twee kreeg een pand aan de prins hendrikkade ook politiebezoek
met de vraag om hun spandoek weg te halen, zo niet zou "er waarschijnlijk zo
meteen wel ME langskomen". De toon (en de beleidslijn?) lijkt gezet, het
geschreven vrije woord wordt met brutaal geweld beantwoord.

donderdag, november 03, 2005

DICHTERSALFABET: De D van Doorman

Dichters kunnen hun arbeid niet te zeer relativeren. Dat is een tot dusver onbewuste stelregel die ik bij mezelf ontdek als ik de volgende "Aantekening" lees achterin Maarten Doormans Blindegang ster (Prometheus 2005):
Overeenkomstig de heersende mode stal ik hier en daar een paar regels, o.a. uit
de Gouden Gids, van Sofokles, Nijhoff, en mezelf.
De term "de heersende mode" impliciert tenminste een halve afwijzing. Zelfs de grootste trendvolger zal altijd op "de heersende mode" vooruit beweren te lopen; hij vertegenwoordigt de nog niet heersende mode, de mode van de mode die (vooralsnog) onmodieus is. In relatie tot literatuur wordt "mode" in ieder geval bijna altijd pejoratief gebruikt. (Neutraal zijn: "stroming", "beweging", "tendens", zelfs "trend"...)

Maar Doorman heeft zich overeenkomstig de heersende mode gedragen. Zegt hij. En hij definieert de mode als het stelen van regels. Hij zal "het postmodernisme" bedoelen. Pantekstualisme, ultramaniërisme -- u weet wel: "het postmodernisme". In het gedicht "Poëzie die oudehoer" wordt kritiek geleverd op de propaganda voor het postmodernistische gedicht.
De nieuwe poëzie zeiden affiches
op de ruiten van het reisbureau
is niet af riepen affiches, net als de wereld.
De wereld, klapwiekten classandici buiten
is tekst en tekst de wereld die je af
moet breken. Met percussiehamer!
Met combinatietang! Met fijne ontsteking!
Geen "ondermijnen" voor Doorman. Maar wel: "stelen". Kiest hij wel voor een "esthetisch" en niet voor een "ethisch" postmodernisme? Volgens mij maakt hij dat onderscheid niet; dit is een stereotypische totaalvoorstelling. Maar als er iets mis is met "de nieuwe poëzie" of "de heersende mode", en als "de oude hoer" poëzie (Doormans woordspeling) aantrekkelijker is, waarom dan op weg naar Truus toch naar binnen gelokt door een jonger artikel? De belofte van een groter genot? Genot kan in principe altijd groter. Maar daarom is er ook geen uiteindelijke voldoening. Dat is de melancholie van de mode: het allernieuwste verschijnt in het licht van zijn toekomstige achterhaaldheid. Als we dan toch door ons genot gedreven worden, suggereert "Poëzie die oudehoer", kunnen we i.p.v. teleurstelling op teleurstelling te stapelen, beter hartstochtelijk voor het bekende kiezen: "opgehitst stormde ik het hotel in / naar poëzie, die oudehoer" eindigt het gedicht.

Maar Doorman geeft in zijn "Aantekening" toe dat hij gezondigd heeft tegen deze moraal. Hij toont echter geen berouw. Dat heeft er misschien mee te maken dat hij nooit werkelijk voor de mode gekózen heeft. Uiteindelijk zijn voor hem ook die schreeuwerige affiches die de poëzie een maatschappijkritische functie toeschrijven geouwehoer. In hun wellicht onrealistische ambitie zijn het zelfs perfecte illustraties van Doormans visie op poëzie als oudehoer.

Poëzie als prostituee op leeftijd en/of vrijblijvende kletsmajoor: dat is cynisch. Nog cynischer is het om te erkennen desondanks concessies te hebben gedaan aan "de heersende mode": een jongere poëzie die claimt niet enkel vrijblijvend te zijn. Maar die concessie is natuurlijk geen bekering tot het niet-vrijblijvende maar juist een herbevestiging van de vrijblijvendheid. Er wordt geen enkele motivatie gegeven bij de keuze voor het gebruik van een postmodernistisch procédé. Het gebrek aan motivatie is retorisch: het "bewijst" Doormans superioriteit t.a.v. "de heersende mode", waaraan hij blijkbaar vrijelijk mee kan doen zonder te tekenen voor één van haar uitgangspunten. Geouwehoer, tenslotte. Hij kiest niet ronduit voor de mode, maar voor dat wat hij als de waarheid van de mode ziet: dat er niets nieuws onder de zon is. En in feite niets substantieels.

Geen positief uitgangspunt. "Een gedicht moet alles doen," zegt Doormans in een interview. Maar dat is uiteindelijk hetzelfde als zeggen dat een gedicht niets moet doen, dat alles om het even is, en niets ertoe doet. Dat levert "een beweeglijke bundel met een breed scala aan onderwerpen en plaatsen" op, zoals de achterflap stelt. En met veel verschillende vormen. Geen enkel gedicht is slecht, maar ook geen enkel gedicht nodigt onmiddellijk uit tot herlezen. Geen mode; geen clichématige en/of absurde claims ("poëzie moet de werkelijkheid ondermijnen", etc.); überhaupt geen cliché's. Wel: ecclecticisme zonder enige urgentie.

(Urgentie?! Volgens mij iets dat afgekondigd eerder dan gevoeld wordt. Een keuze.)

Trouwens, ik zeg wel "geen mode", maar natuurlijk is ecclecticisme zonder urgentie veel meer "de heersende mode" dan de wellicht soms pijnlijke high seriousness van een Van Bastelaere.

woensdag, november 02, 2005

Nederland 3 (voor mijn kijkbuislezers)

1 jaar na de moord op "Theo":

- Katja Schuurman levert de hees-geile stem voor ons geweten. Zo te horen schrijft ze haar eigen teksten. Jawel, het superego heeft tieten; het zal freudianen niet verbazen. Gij zult geen goden naast het naveltruitje hebben. En Jort en Georgina: "Maar die Marokkanen..."

- Voeg uw eigen Shortcut to Enlightenment toe.