Send As SMS

zondag, oktober 16, 2005

Traagste blog van Nederland

Hallo vrienden.

Het kan zijn opgemerkt. Ik doe het wat rustiger aan. Vanwege? Werklast en deadlines. En ik weet nog steeds niet weet wat ik over Danny Degenaar moet schrijven. (Ik wil niet schrijven: "belofte".) Ik heb wel eindelijk tijd gevonden om Bas Bellemans "Doet poëzie er nu eindelijk toe?" te lezen. (Eindelijk; wie zei dat dit een medium voor snelle reacties is?) Een essentiële vraag, die volgens mij door de poëzie zelf al sinds de Romantiek gesteld wordt. Waarom kwamen die dichters met zulke bizarre claims en ongehoorde ambities? Uit angst voor irrelevantie. Is mijn hypothese. En die angst was ook gefundeerd, want het "natuurlijke" publiek voor poëzie was immers altijd de aristocratie geweest, en de laatste werd met (o.a.) de Franse revolutie voorgoed uit het theater van de geschiedenis verwijderd. Sindsdien heeft de serieuze dichter een probleem. Een expliciet burgerlijke poëzie kan nl. slechts lachwekkend zijn (Biedermeier). De Romantische dichters spraken dan ook minder tot een publiek dan tot zichzelf qua Universele Mens (Wordsworth) of tot abstracties (Shelley). Later sprak men enkel tot de Poëzie, of liet haar zelf spreken. Nog weer later, onder invloed van Marx, kregen sommige dichters het idee dat het proletariaat interesse had in de jambische pentameter.

Gorter had het mis, menen de meeste critici, en sindsdien kan het niemand meer wat schelen wat dichters doen, zolang ze het maar "mooi" doen. (Ik generaliseer, maar...)

Belleman lijkt een nieuw pleidooi te houden voor proletarische poëzie. Zo definieert hij relevantie ("er toe doen") in termen van aandacht in de media. Belleman schrijft:


Hoe kan het toch dat andere kunstvormen, zoals rap, beeldende kunst of toneel,
vaak het nieuws halen en de poëzie niet? In Rotterdam zijn de makers van de
Hirsi Ali Dis veroordeeld vanwege hun dreigementen.
Ik wilde zeggen: "Schrijf eens een anti-Hirsi Ali gedicht, en je zult zien wie er allemaal over je heen valt!" Maar Belleman zegt zelf even later: "Het is de schuld van critici en dichters zelf. Zij houden de inhoud moedwillig buiten de publieke arena." Ben ik met hem eens. Nee, nu ben ik niet meer sarcastisch. (Hoewel ik rap geen kunstvorm vind, en echte liefhebbers, volgens mij, eerder van "hiphop" spreken.) Hirsi Ali gedichten, nu! Of eigenlijk: gisteren!

Maar ik blijf fundamentele bezwaren houden tegen "de publieke arena". Wat is precies het publiek? De vraag is of er überhaupt een publiek is, los van de mediamarkt. (Zelfs Al Gore twijfelt eraan.) Voor poëzie lijkt de aristocratie in elk geval nooit als vanzelfsprekend publiek te zijn vervangen, waardoor het schrijven van verzen overkomt als een aristocratisch verzet tegen een prozaïsche wereld. De poëzie heeft misschien lezers, maar geen publiek. Met andere woorden: er is niemand die op gedichten zit te wachten, ook niet als het gedichten over actuele of "algemeen menselijke" zaken zijn. De interesse is dan in het onderwerp, niet in de poëzie.

Ik ben het dus maar half eens met de eis tot meer "inhoud". Belleman geeft estheten en postmoderne formalisten een veeg uit de pan -- terecht; die lui krijgen niet vaak genoeg klappen van de werkelijkheid; hoewel ik zo niet weet wie die postmoderne formalisten zouden moeten zijn; áls ze echter bestaan... --, maar zal toch niet kunnen ontkennen dat wat een gedicht onderscheidt van een krantenartikel of een rouwadvertentie nu juist zijn "vorm" is.

Wat wil ik dan? Ik maak het bekend zodra ik het weet! In ieder geval iets mét Hirsi Ali en zónder "publiek". Eén van de dingen die zullen moeten worden overwonnen: de tegenstelling vorm/inhoud.

*

P.S. Ook eens met: "De taak van de criticus: het duiden van poëzie is ook het duiden van de cultuur."

21 Comments:

Anonymous said...

Er zijn toch wel Hirsi Ali gedichten? O.a. Mohammed B. schreef poezie, en ik dacht dat hij daar Hirsi Ali ook in behandeld.

Y

6:26 AM  
Jeroen Mettes said...

Ach ja, de grote Mohammed B! Misschien wel de bekendste dichter van Nederland?

7:00 AM  
Anonymous said...

Er zijn toch wel Hirsi Ali gedichten? O.a. Mohammed B. schreef poezie, en ik dacht dat hij daar Hirsi Ali ook in behandeld.

Y

7:15 AM  
Anonymous said...

behandelt met een t bedoel ik

7:15 AM  
Martin van Kralingen said...

Je gaat nu toch wel wat kort door de bocht Jeroen.
Sinds de Franse en de Industriële Revolutie (Hobsbawm's 'Dual Revolution') zijn er heel nieuwe fora ontstaan: nationale staten! Binnen die kaders hebben zich allerhande processen voltrokken die sociologisch van groot belang zijn: verbreiding van onderwijs, taaluniformering, verstedelijking en ontstaan van een stedelijke burgerij gepaard aan uiteenvallen van traditionele sociale structuren.
Met name het werk van Benedict Anderson ('Imagined Communities', 1983)is van groot belang geweest voor het inzicht in wat naties zijn en wat dat betekent voor mensen in 'moderne' samenlevingen. En wat het betekent voor 'verspreiders' en 'ontvangers' van boodschappen in die samenlevingen.

9:39 AM  
Martin van Kralingen said...

Via onderstaande link zijn recente wetenschappelijke discussies over natievorming en ontwikkeling van naties te lezen. Onder andere ook een samenvatting van het werk van Anderson.
Ik kan het van harte aanbevelen.

http://www.nationalismproject.org/what.htm

9:48 AM  
Jeroen Mettes said...

Ga ik lezen! Bedankt.

10:38 AM  
Bas Belleman said...

Ik definieer 'ertoe doen' niet in termen van media-aandacht. Maar als poëzie ertoe doet, zal er ook wel eens media-aandacht voor zijn, lijkt me. Ik bedoel daarmee niet dat ieder belangrijk gedicht in de media moet komen.

Vergelijk het met wetenschap. Wetenschap doet ertoe en met enige regelmaat staat dan ook een of ander onderzoek ter discussie (denk bijvoorbeeld aan klonen en dierproeven). Maar niet ieder onderzoek dat ertoe doet hoeft in de media te komen.

9:06 PM  
Samuel Vriezen said...

Akkoord! Een publiek bestaat niet, en als het bestaat, is het vooral passief - iets wat veel mensen niet beseffen. Bij TV bijvoorbeeld is publiek (kijker) niet klant maar product (te verkopen aan de adverteerder). 'Inhoud' koppelen aan een of ander (altijd al klaarliggend) 'publiek' is niet snugger. Interessanter dan "het publiek" is de receptie, de verwerking van een artistieke inhoud: uiteindelijk, dat iemand naar aanleiding van een werk iets gaat dóen.

Wat het gebrek aan 'inhoud' betreft vraag ik me vooral af, waarom we nu het idee hebben dat er vroeger meer 'inhoud' was, meer op het spel leek te staan. Deze vraag is voor mij de laatste tijd in verband komen te staan met de vraag naar het interdisciplinaire. Hierover heb ik laatst voor de Perdu-redactie een discussie-pamfletje geschreven, waarvan een fragment ook hier zou willen voorleggen, over domesticatie van de kunst door het inrichten van kleine deel-kunstwereldjes.

Geen idee of het misschien niet te simpel is, of te romantisch, maar voor wat het waard is:

Niet lang geleden sprak ik een meisje op een feest die een galerie houdt. Zij observeerde iets wat mij ook al eens was opgevallen: namelijk dat de verschillende kunstdisciplines, pakweg tot de jaren '70, een grote gemeenschappelijke activiteit en 'bezieling' leken te hebben, maar dat men tegenwoordig van buiten elkaars discipline nog maar weinig weet. In De Balie zag zij een tentoonstelling tegelijk met een concert, en aan de bar twee zeer gescheiden publieken, die zelfs niet leken te weten van elkaars bestaan. Haar vraag: waarom is iedereen meer met de matige producties binnen het eigen wereldje bezig dan met het zoeken naar interessante aanknopingspunten buiten het eigen wereldje?

Een dergelijke observatie heeft misschien met vertekenende perspectieven te maken, maar ik heb inderdaad het gevoel dat het nu met de nieuwe kunst anders gesteld is dan een halve eeuw terug. Avantgarde-stromingen zoals het surrealisme of Fluxus waren bijna per definitie grensoverschrijdend. Thema's die binnen een gebied leefden leefden als vanzelfsprekend ook bij andere disciplines. Alsof de kunst vroeger vanuit een discipline-overstijgende noodzaak of 'bezieling' voortkwam.

Tegenwoordig bestaat het interdisciplinaire natuurlijk nog steeds wel, maar erg vaak in een wat gedwongen vorm. Vaak is er een organisatie die 10 kunstenaars van discipline X koppelt aan 10 kunstenaars van discipline Y, bijvoorbeeld, met de uitnodiging om samen iets te maken, of op elkaars werk te reageren. Dat levert vaak mooie dingen op, maar komt nooit voort uit een centrale overtuiging. Op een natuurlijkere manier krijgt interdisciplinariteit gestalte in vormen die naar hun aard multi-mediaal zijn, zoals theater, opera en film. Daar treedt echter één über-discipline op de voorgrond waar de andere disciplines zich naar moeten voegen. Een derde vorm is de happening of het feestje waarbij allerlei mensen met zijn allen creatief kunnen zijn binnen een willekeurig te kiezen context. Deze gebeurtenissen veroorzaken vaak veel levendigheid maar worden niet altijd gekenmerkt door een uitgedacht onderliggend programma.

Hoe komt het dat de oudere stromingen, in het bijzonder van avantgardistische snit, zoveel natuurlijker elkaar leken te vinden? [...] Ik wil een tentatief antwoord hier wagen: de stromingen konden elkaar herkennen in hun verlangen naar een andere orde, van de wereld in het algemeen of van het esthetische denken in het bijzonder. Na de jaren '70 - na de geldingsmanoeuvres van b.v. de Actie Tomaat [theater] en de Notenkrakersactie [muziek] en na de vestiging van de grote fondsen - ontstond er binnen elke losse discipline echter zoveel begrip voor het Andere Denken dat er een institutionalisering kon optreden. De 'wereldjes' werden gevestigd. Binnen de wereld van de Nieuwe Kunst van je gekozen discipline kon je nu carriere gaan maken, waarbij je vooral moet opletten op je positie binnen je 'wereldje', meer dan op je positie binnen de grotere 'wereld', waar het in eerdere, meer controversiele fase van de kunst om was gegaan.

Deze domesticatie van de kunst zou op termijn wel eens haar grootste vijand kunnen worden. De afsluiting van de kunstwereldjes leidt tot maatschappelijke marginalisering. Nieuwe ideeen vinden hun plaats binnen een klaarliggend discours voor de receptie van nieuwe ideeen binnen de discipline in kwestie, de infrastructuur voor de ondersteuning ligt klaar. Zo'n nieuw idee is business as usual geworden, verliest zijn nieuwswaarde, kranten en tijdschriften werken langzaamaan hun recensenten eruit en die voor de 'moeilijkere' kunstvormen het eerst - poezie voorop natuurlijk.

12:02 AM  
Frans-Willem said...

Samuel,

Grotendeels eens met je ananlyse. En wat dacht je ondertussen van film of clips: beeld, geluid, tekst, textuur, muziek, formaat, en zo verder? Toch een aardig mengpotje -- en met een aardig gemengd publiek. Verder kan iets wat een principiële verandering lijkt simpelweg het gevolg zijn van een graduele. In de huidige leefwereld is verschrikkelijk veel, van alles. Dat het negentiende-eeuwse publiek Dickens verslond kwam ook omdat er niet veel anders was. Of voor mijn eigen jeugd: dat iedereen 'Een van de acht ' keek was simpelweg omdat er geen ander kanaal was (vooruit: een ander). Nu zijn er vijftig. Dat is geen kwestie van domesticatie maar van moleculisering.
De poëzie die wij lezen als er toe doende wordt door Jeroen deels terecht geplaatst binnen de aristocratie (maar vergeet Bredero niet, en Villon, en en en) en rouleerde nogal eens in eerste instantie in handschrift. Niet direct om elkaar belangrijke dingen te melden. Wat er voor ons 'toe doet' was in eerste instantie nogal eens 'brille', vermaak. Onderschat niet hoe wij iets als 'niet voldoende doende' kunnen beschouwen wat een later publiek 'hoogst belangrijk' acht. Er zijn verschillende criteria voor goede poëzie en dat gedichten iets in beweging moeten kunnen zetten is er een van. Op langere termijn is het belangrijker gebleken hoe consequent, hoe radicaal, hoe verzettend iemand durft te zijn. J.B. Charles schreef eind jaren vijftig begin zestig veel in beweging brengende boeken (voor een in onze ogen suf publiek). Maar wat er nu nog toe doet is 'Mandarijnen op zwavelzuur'. Laat ik Hirsi laten voor wie ze is en voorstellen dat iemand een gedicht schrijft over de fascistoïde berichtgeving omtrent de vogelgriep. Als dat over vijftig jaar nog een goed gedicht is, is het (wsl.) een goed gedicht. Anders is het een mening op rijm. Als het veel in beweging brengt kan dat ook komen door een suf publiek dat zich in beweging laat brengen door middelmaat, of de waan van de dag. Dus Jeroen: welk publiek vind je er eigenlijk toe doen? Het huidige, in zijn geheel: die mafgefokte kijk- en vreetmachine?
Frans-Willem

6:21 AM  
Martin van Kralingen said...

Doet portretschilderen ertoe?
Sinds de intrede en het op grote schaal beschikbaar komen van de fotografie is er geen echte noodzaak meer op dit gebied. Toch zijn er nog mensen die zich erop toeleggen, soms zelfs nog opdrachtgevers die het chique vinden om geportretteerd te worden. Zelfs een publiek dat in musea exposities van portretten bezoekt.
Met poëzie is het ongeveer net zo gesteld. De oorspronkelijke noodzaak, het gemakkelijk kunnen onthouden en verspreiden van een vers, is in moderne samenlevingen allang verdwenen. Bijna iedereen kan nu lezen en beschikken over - relatief goedkope, want gedrukte - teksten. Binnen een enorm aanbod van boodschappen en grote diversiteit van media.

Portretschilderen en poëzie pretenderen sinds het verdwijnen van hun oorspronkelijke noodzaak 'iets' te zijn. Maar dan toch voor een per definitie exclusief publiek dat er interesse in heeft en het ook wel chique vindt om dat tot uidrukking te brengen.
Het maatschappelijk belang zit in dat 'iets' dat gepretendeerd wordt. Wie iets anders doet dan portretjes schilderen van oma's en opa's voor op het eigen toilet, die zal uitgedaagd worden om aan 'de buitenwereld' verstaanbaar te maken wat zijn/haar inbreng toevoegt aan het reeds opgebouwde culturele erfgoed.

Betekenis, intentie, expliciet of juist niet..... Volgens mij wordt het keer op keer door elkaar gegooid. De één zal misschien expliciet en met duidelijke intenties schrijven over het lot van asielzoekers. De ander schrijft twintig 'stillevens' over wapperende gordijnen (waarvan later blijkt dat die hingen in diverse asielzoekerscentra).
Wie gaat hier beoordelen 'wat ertoe doet'?

8:49 AM  
Ruben van Gogh said...

Wat er toe doet verandert mee met de tijd en de omstandigheid. Neem een begrafenis of herdenking, een gelegenheidsgedicht dat daar de heersende gevoelens aansnijdt of beschrijft doet er daar dan toe, kan mensen tot tranen dwingen – de kans dat dat gedicht de tand des tijds buiten die gelegenheid doorstaat is gering. (Oei, ik voel dat iemand nu kan roepen: net als met een poetryslamgedicht.)
Het is niet zozeer het gedicht zelf dat er eventueel toe doet, maar toch voornamelijk de receptie ervan die daarvoor zorgdraagt. Het er toe doen van een gedicht is receptieafhankelijk, gelegenheidsreceptieafhankelijk zelfs (alle letters in 1 x kwijt, drie keer woordwaarde).

Tsja en die schaalverkleining: moluculisme in de kunst, specialisme in de wetenschap, individualisme in de maatschappij. En die kunstkoppeling van disciplines leidt zelden tot nieuwe gezamenlijke wegen, maar wel tot beïnvloeding van de eigen weg.

9:15 AM  
Martin van Kralingen said...

Gelegenheidsreceptieafhankelijk.....Ruben, wat mij betreft krijg je het in chocoladeletters!
Het gaat natuurlijk niet om publiek in de ruimste zin van het woord. Het gaat om aanspreektitels, selectiviteit, subjecten. Niet een publiek 'für sich', maar een publiek 'an sich'. Met dien verstande dat dit laatste soms niet langer dan de tijdspanne van een enkel gedicht bestaat. Tenzij het publiek komt voor een 'merk', de dichter als vleesgeworden aanraakbaar idool, vergelijkbaar met.....Hazes?...Julio Iglesias?.....Tom Jones?

10:09 AM  
Ruben van Gogh said...

Ja, de dichter als aanraakbaar vleesgeworden idool. Ik heb dat wel eens bij Jules Deelder gemerkt, dat z'n idoolstatus z'n receptie in de weg staat. Dat mensen hem meer als verschijnsel dichter zien dan als daadwerkelijk dichter; dat ze dan verbaasd zijn dat er ineens gedichten uit komen, waar ze dan ook no zorgvuldig naar moeten gaan zitten luisteren, en lang soms ook.
Hoewel zijn nieuwste status weer anders is: Jules Deelder? Dat is toch die jazz-dj?

11:08 AM  
Martin van Kralingen said...

Dichter van een tijdruimte in een programma, zeg tussen 21:00 en 21:20 uur.
Een tijdruimte die is uit te drukken in een waarde, omzet, bezoekersaantallen, marktaandeel.
Vlees worden om dagelijks brood te kunnen ontvangen.
Betekenis? Dat je erbij was....

11:36 AM  
Samuel Vriezen said...

Ruben: je schrijft dat de koppeling van disciplines meestal niet leidt tot nieuwe gezamelijke wegen, maar wel tot beinvloeding van de eigen weg.

Wat je schrijft lijkt goed weer te geven, wat de normale situatie is gaan lijken inzake interdisciplinariteit. Die normale situatie hangt volgens mij samen met de neiging om kunstwerken vooral als artifacten te zien die, op zichzelf staand, hun waarde moeten verdedigen. Maar je kunt kunst ook zien als proces, een proces van verwerking van ideeen bijvoorbeeld, waarbij die ideeen niet alleen die ideeen hoeven te zijn die vastgeketend zijn aan de gegevenheden van het metier. Kunstwerelden neigen naar opvattingen van kunst als herhaling en variatie op metier. De eis van autonomisme, 'het moet op zichzelf kunnen staan', speelt daarin vaak de rol van naturalisering van het bestaande metier. Dat levert vaak goede kunst op (per definitie!) maar niet altijd sterke kunst.

Echter, als ik naar een paar van de periodes/scenes kijk die ik nog steeds interessant vind, zie ik iets totaal anders. Een van mijn grote helden, Cage, bijvoorbeeld: niet alleen intensieve samenwerking met beeldend kunstenaars, choreografen, technologen, theoretici, filmmakers en noem maar op; niet alleen maakte hij naast zijn muziek ook beeldend werk, schreef hij een film, en een aardige stapel boeken: zijn esthetiek stond ook voor iets dat veel verder ging dan die muziek alleen. De samenwerking Cage/Cunningham mag daarin exemplarisch zijn. De manier waarop Cage met muziek omging en de manier waarop Cunningham met dans omging zijn niet van elkaar los te zien. Dat werk van Cage en Cunningham (en van een dichter als Jackson Mac Low en overigens vele anderen) valt dan ook op als een uitdrukking van een manier van denken, meer dan als een zoveelste uitdrukking van metier.

Daarin onderscheidt goede kunst zich van sterke kunst. Het is het op hoog niveau kunst kunnen maken versus het ervaarbaar maken van een gedachte. Geen strikt onverenigbare waarden maar voor het tweede is m.i. een bewustzijn nodig dat de beoefende discipline kan overstijgen, voor het eerste niet.

11:51 AM  
Samuel Vriezen said...

Frans-Willem: ik vind dat televisie-voorbeeld wel aardig. Naarmate er meer kanalen zijn, dus naarmate de concurrentie toeneemt, neemt het beschikbare productiebudget per kanaal af. Op een of andere manier leidt dat bij TV tot een race naar omlaag. Vijftig kanalen, alles bagger. Kranten zijn ook in die race aan het terechtkomen.

Poezie: er verschijnen schijnt zo'n 80 bundels per jaar in Nederland. Best te overzien. Toch heb ik enorm respect voor die echte poezieliefhebbers, die dat ook allemaal bijhouden. Het lukt mij echt niet om per jaar meer dan pak hem beet 20 bundels zelfs maar te willen lezen. De moeite die het kost om zo'n kaftje open te houden, vreselijk! Diep in mijn hart ben ik geloof ik een poeziehater. En op dezelfde manier een muziekhater, filmhater, theaterhater (leuk woord trouwens), enz.

Juist dus met die moleculisering zou ik het zo handig vinden, als er een soort inhoudelijk keurmerk voor alle kunstvormen zou zijn. De groene sticker betekent: Dit is nou echt eens iets voor dhr. S. Vriezen te Amsterdam! En zou dat heel absurd zijn? Ik geloof dat ik bij verschillende disciplines toch vaak op vergelijkbare wijzen geprikkeld word. Daar moet dan toch iets achter zitten...

12:13 PM  
Ruben van Gogh said...

Hm ja, maar die samenwerking behelst toch het inbrengen van de eigen discipline? In het geval van Cage meerdere disciplines.
De samenwerking die ik heb (en waardoor ik dus zo reageerde) leveren naast het gezamenlijke product – een mini-opera recent, teksten op een vloer binnenkort – voor mij dan weer nieuwe ingangen of methodieken of standpunten voor mijn eigen werk en toekomstige samenwerkingsverbanden.
En of ik denken uitdruk of een metier, daar houd ik mij niet mee bezig – wel beschouw ik mij, binnen het wellicht toegankelijke karakter van mn werk, als een experimenteel dichter, dwz ik houd mij niet vast aan gebaande paden maar stap er van af (misschien dat ik mijn weg parallel voortzet, dat zou kunnen).
Je ziet, ik kan er moeilijk over denken/praten zonder m'n eigen werk dienaangaande erbij te betrekken.

12:17 PM  
Martin van Kralingen said...

Als er van kruisbestuiving sprake is, kan dat soms fantastische dingen opleveren. Cage - in het voorbeeld van Samuel - is daarvan een mooi voorbeeld. Soms gaat het om een sporadische opleving, de toevallige samenkomst van bepaalde kunstenaars op een bepaalde plaats die op één bepaald moment tot iets heel bijzonders leidt. Pogingen om dat dan vervolgens te gaan herhalen komen dan weer niet uit de verf, of verzanden in ´gekunsteldheid´.

Als er bij wijze van toeval ´iets´ ontstaat dan is dat mooi.
Zelf had ik onlangs zo´n ervaring. Als stadsdichter was ik uitgenodigd om een gedicht te maken voor het ´Burgerjaarverslag 2004´. Toen het verscheen bleken de vormgevers het gedicht als uitgangspunt voor hun werk te hebben gebruikt. Een beeld van openstaande ramen in het gedicht was verwerkt in de cover die naar twee kanten opensloeg. Werveling van wind, werking van licht en schaduw, allemaal in de vormgeving verwerkt.
Alles, zonder die vormgevers ooit te hebben ontmoet. Heel verrassend!
Voor het gedicht, http://www.denhelder.nl/div/gedicht.pdf

12:36 PM  
Samuel Vriezen said...

Martin: klopt, je kunt niet herhalen. Als ik het over Cage heb, heb ik het over een tijdperk die ik nu als een 'heroische periode' zie. Een voorbeeld, een blijvende inspiratie, maar je moet er voor waken zoiets zomaar over te willen doen. Mijn roep om interdisciplinariteit heeft dus ook iets gratuits. Ik kwam er ook niet op omdat ik wil dat iedereen nu gaat samenwerken rond een grootse gedachte - alsof we die per decreet kunnen beginnen te denken - maar wel omdat ik denk dat die interdisciplinariteit een soort graadmeter is voor 'inhoudelijkheid' van de kunst. Discipline-overstijgend denken betekent volgens mij per definitie dat je in staat bent om je artistieke keuzes te verantwoorden zonder op metier en discours te kunnen terugvallen. Ik verantwoord mijn gedicht niet als 'goed gedicht', omdat ik bijvoorbeeld meen te doen wat Lucebert ook deed, die immers (dat is algemeen bekend) een goede dichter was, maar omdat ik vind dat ik hier en nu dit gedicht moest schrijven, omdat het gedaan moest worden gegeven de toestand van de wereld en van mij op dat moment.

1:12 PM  
RobPeeters said...

Over het stuk van Bellemans kunnen we denk ik vrij kort zijn. Niets nieuws onder de zon. ‘Dat kun je de buitenwacht niet kwalijk nemen. Het is de schuld van critici en dichters zelf. Zij houden de inhoud moedwillig buiten de publieke arena.’
Dit citaat verwijst naar datgene wat Van Bastelaere al in de tachtiger jaren beweerde:
De doxa van de kleinburgerlijke ideologen: het bewust bezigen van een ideologische strategie die er op gericht is om ‘andere’ poëzie buiten te sluiten; een opinie die zich in het centrum van de (literaire) macht nestelt, waardoor deze automatisch en op verondersteld ‘natuurlijk’ ontstane wijze voor waar en onaantastbaar wordt aangezien en daardoor andere opvattingen verdringt en andere systemen uitsluit. Waar ik ook zeker niet mee eens ben, is dat vooral de inhoud moedwillig buiten de deur wordt gehouden. Waarom is een tekst van The rolling stones als ‘Sweet neocon’ (cd: the bigger bang) een hot item in Amerika? Vanwege de vermeende kritiek op Bush (hoewel Mick Jagger, dit zelf ontkent). Inhoud doet er in (lyrische) poëzie (dus ook songteksten, stelde hij boud) wel degelijk toe, maar is niet interessant, omdat mensen zich de moeite niet meer nemen om het te snappen (i.t.t. muziek); en dat heeft (helaas, helaas) toch ook te maken met een dalend kennisniveau. Poëzie is te academisch en dus voor veel mensen te moeilijk. Heeft poëzie zich dan door de (academische) vorm buiten het grote publiek geplaatst? Is poëzie eigenlijk wel altijd voor het grote publiek geweest? Poëzie doet ertoe juist omdat het poëzie is: een autonoom iets in ons bestaan, de uiting van existentiële verwarring voor mijn part, de confrontatie met het lijden (waarin wij onszelf kunnen vinden, schreef hij religieus).
‘Maar belangrijker lijkt me een omslag in het denken over de positie van de poëzie. Die omslag vereist waakzaamheid tegen de vijanden van de betekenis.’
Denk aan Van Bastelaere’s taalopvattingen: de ‘overinterpreteerbaarheid’ van onze wereld. Maar over welke betekenis heeft Bellemans het hier? Is er wel een betekenis? Nee. Net zomin als dat er één waarheid is. We komen dan weer uit op Van Bastelaere’s opvatting over het gedicht”: ‘een onafsluitbare zelfrealisatie van een linguïstisch proces.’
Vallen inhoud en vorm dan samen? (Beetje Nijhoffiaans gesteld) Ik denk van wel. Die combinatie maakt poëzie juist poëzie. En poëzie moet vooral poëzie blijven. Níet voor het grote publiek. Alsjeblieft niet. Een tv-uitzending waarbij de dichter in het bijzijn van camera’s bevalt van een gezond gedicht, is wel het laatste waar we (althans ‘ík’) op zit(ten) te wachten.

4:13 PM  

Een reactie plaatsen

<< Home