Send As SMS

maandag, oktober 10, 2005

SPLASH, al bladerend

Ik heb eindelijk Jan Lauwereyns' Splash gekocht (Vantilt, 2005), maar ik weet niet of ik het uit zal lezen. Het is een reactie op J.H. "Jan" de Roders spraakmakende stuk over de neiging van poëzie naar betekenisloosheid. Dat "zette de literaire wereld in 1999 op zijn kop", volgens de website van Vantilt. Ik was jong maar herinner het me nog goed, en ik weet nog steeds niet waarom het de literaire wereld op zijn kop zette. Nu dus een reactie van boeklengte. Volgens eerder genoemde website, "Hét discussiestuk van Poetry International". En nee, ik weet weer niet waarom.

Vantilt geeft boeken uit over wat mij meer dan dierbaar is. Dat doet Vantilt met stijl en sinds zij alinea's is gaan indenteren kan Vantilt in dat opzicht (bewogenheid en stijl) niet meer stuk. En kijk eens hoe Vantilt zelfs op internet "hét" (correct, toch?) schrijft, en niet dat francofiele, pretentieuze "hèt"!

Jammer dat de redactie niet altijd weet waarover haar auteurs schrijven.

Lauwereyns is neuropsycholoog van beroep en ik zal maar voor waar aannemen wat hij schrijft over hersenen. Ik gok dat de redactie dat ook gedaan heeft. Nu weet ik helaas wat meer over andere zaken en Lauwereyns beweert op zijn minst twee totaal absurde dingen. Die heb ik ontdekt door te bladeren, niet door het boek van begin tot eind te lezen.

Zo noemt hij Maurice Blanchot "de meester van de psychoanalyse in de literatuur". Huh? Dit is niet zozeer pijnlijk omdat het nergens op slaat (een mens kan zich vergissen), maar omdat (a) Blanchot één van de drie componenten is van Lauwereyns' SPLASH-theorie (de LA in spLAsh staan voor bLAnchot) -- Lauwereyns heeft op zijn minst één boek (L'espace littéraire) van Blanchot gelelezen en daar komt Freud niet bijster vaak in voor. En omdat (b) , hij zegt "de meester", en dus een waardeoordeel uitspreekt -- een waardeoordeel over iets waar hij niets van begrepen heeft. Hij praat blijkbaar iemand na. Maar wie? God mag het weten. (Misschien verwart hij bLAnchot met LAcan, maar zelfs dan slaat zijn oordeel nergens op.)

Zo citeert hij ook Heidegger. Als autoriteit nog wel. Nooit een goed idee, maar. Lauwereyns parafraseert een stukje Heidegger, zo rond het begin van "De oorsprong van het kunstwerk": "wat bestendig is in een ding, de standvastigheid ervan, ligt in het feit dat materie (inhoud) samengaat met een vorm. In de synthese van vorm en inhoud vinden we het ding-concept, de kern van 'iets'." Een ding is vormgegeven materie? Dat klinkt niet gek. Het komt dan ook niet uit de mond van het orakel van Freiburg. Het is Aristoteles' concept van het ding -- en sinds millennia het vulgaire, alledaagse concept -- dat Heidegger weergeeft. De laatste spreekt in de bewuste passage in de vrije indirecte rede. Zoals zo vaak. Goed, Lauwereyns heeft niet Heideggers eigen unieke visie op het ding gelezen: het essay "Das Ding". Neuropsychologen en dichters hebben het ongetwijfeld druk met andere dingen. Maar hij heeft blijkbaar niet eens het essay over het kunstwerk uitgelezen, of in ieder geval de zin van het stuk gemist.

Natuurlijk, ik ben een snob. En ik heb toevallig afgelopen maand zowel Heidegger als Blanchot herlezen, maar... Wat is nu eigenlijk het idee? De tabellen en diagrammen geven een wetenschapseffect, zoals de diagrammen en moeilijke woorden in reclames voor huidverzorgingsproducten. Maar Lauwereyns geeft al in de ondertitel aan dat zijn boek meer met lyriek dan wetenschap te maken heeft. En tegen het einde zegt hij: "Ik beken dat ik er zelf niet meteen een toetsbare wetenschappelijke hypothese in zie." Ik schreef in de kantlijn: "No shit." En wat een taalgebruik ook: "niet meteen". "Helemaal nooit niet," zul je bedoelen! Waarschijnlijk had Lauwereyns "zoiets van, het slaat nergens op, maar waarschijnlijk zal het wel hier en daar spraakmakend zijn, zoals op Poetry International".

Er begint zich een nieuw genre af te tekenen: speculatief amusement. De Roder zal het in de lage landen hebben geïnitieerd. Als hij had gedacht dat zijn theorie over de oorsprong van de taal -- net als Lauwereyns' theorie een willekeurige, geforceerde synthese van heterogene ideeën van anderen en uit verschillende vakgebieden -- enige wetenschappelijke waarde had, dan zou hij zijn stuk toch wel in het Engels vertaald hebben, of laten vertalen? (Wil niet de hele wereld weten wat de oorsprong van de taal is? Of het wezen van de poëzie?) Dat heeft hij naar mijn weten niet gedaan. Waarom niet? Omdat hij, ondanks de Chomsky en Staal referenties, geen bijdrage heeft willen leveren aan een wetenschappelijke discussie. (Geen taalkundige of antropologische discussie, maar ook geen literatuurwetenschappelijke; elke lezer van de oude Jakobson zal alleen in ergernis opveren bij de onnodig gecompliceerde platitudes van De Roder.) Hij schrijft niet voor wetenschappers, maar voor journalisten, dichters, etc. Hij schrijft om "spraakmakend" te zijn, als een columnist.

De functie van dit genre lijkt te zijn: geklets om meer geklets te produceren. Dat lukt tot dusver vrij aardig.

16 Comments:

K.P.Joggert said...

Geachte schoonmaker,
ik heb uitgeverij Vantilt op de hoogte gesteld van uw bespreking van Splash, die geheel terzake is. Dat u uzelf als snob benoemd is de enige onjuistheid. Niet alleen was u nooit de knecht van een schoenlapper, maar u bent ook niet iemand die zich mooier of interessanter voordoet. Dat zijn nu juist De Roder en Mr. Splash.
Hartelijke groet
KP

5:08 AM  
Ruben van Gogh said...

Los daarvan staat bij De Roder volgens mij het ervaren van poëzie centraal (het zichzelf rituelig vergeten), en bij Lauwereyns het schrijven ervan (mentale nootjesbeloning): dus zij heben het over twee verschillende zaken.
Ik zou verder stellen, en daar ligt toch het fraaie van beide ondernemingen in, dat het wetenschappelijk dan misschien louter speculatief is, maar qua concept toch fraai. Dat was mij genoeg.

7:37 AM  
Anonymous said...

Voor een bijdrage aan een wetenschappelijke discussie, zie bijvoorbeeld:

J.H. de Roder (in samenwerking met M. Haverkort) (2003). Poetry, Language, and Ritual Performance. Special Issue: Ritual Language Behaviour. Journal of Historical Pragmatics, 4, 269-286.

In een echt internationaal wetenschappelijk tijdschrift ook nog eens.

Vriendelijke groet,
Jan de Roder

7:41 AM  
Anonymous said...

Overigens, wanneer de auteur argumenten geeft, wil ik er best op ingaan.

Wie is trouwens de auteur? Of heeft iedereen hier van die kinderachtige pseudoniemen?

Nogmaals vriendelijke groet,

Jan de Roder

7:45 AM  
Anonymous said...

O ja, een eerdere versie van dat artikel kan meteen gedownload worden:

Roder, J.H. de (2002). Poetry: The Missing Link? In: Frank Brisard & Tanja Mortelmans (Eds.), Language and Evolution (pp. 15-26). Antwerpen: Universiteit Antwerpen, Universitaire Instelling Antwerpen, Departement Germaanse, Afdeling Linguïstiek. (Antwerp Papers in Linguistics, 101). Online available: http://webhost.ua.ac.be/apil/apil101/deroder.pdf

Dus als die flapdrol van een auteur nou z'n huiswerk had gedaan, dan zou hij niet met het enige echte argument dat hij geeft de mist in zijn gegaan.

Jan de Roder

7:53 AM  
Anonymous said...

Ach, God, Jeroen! Natuurlijk, Jeroen Mettes van Literatuurwetenschap in Leiden. Helemaal geen pseudoniem! Bezig aan een proefschrift bij onze Ernst. Vandaar natuurlijk dat verwijt dat ik geen wetenschappelijke discussie wil aangaan. Maar wie is nou niet op de hoogte over wat ik doe? Jeroen, his master's voice, of misschien Frans Willem. Toch niet de laatste, hoop ik? Toch altijd een heel goed contact mee gehad.

Ik zou zeggen: nodig me maar eens uit in Leiden voor een goed debat. Jij en ik, Jeroen! En natuurlijk Ernst en Frans Willem, de hoeders van wetenschap & literatuur. Nodig Hans Groenewegen ook maar meteen uit. Het is wel even inlezen voor je natuurlijk... Want van een paar losse flodders raak ik niet onder de indruk.

Ik wacht je uitnodiging af. Je kunt natuurlijk ook naar de KNAW-discussiemiddag komen, over alweer hetzelfde onderwerp:

http://www.knaw.nl/cfdata/agenda/agenda_detail.cfm?agenda__id=718

Je kunt me dan horen spreken en daarna alweer een wetenschappelijke discussie zien aangaan. Misschien mag je wel meedoen.

Tot dan of misschien bij een andere gelegenheid.

Allerhartelijks, Jan de Roder

P.S. Je kunt toch wel tegen plagen, hè?

8:46 AM  
Jeroen Mettes said...

Beste Jan de Roder,

"De auteur", dat ben ik. En dat staat rechtsboven op de weblog.

Ik beken schuld: ik had mijn research niet gedaan. Dit is een medium van snelle notities, met alle voordelen en nadelen. Ik liet me meeslepen in mijn kritiek op Lauwereyns, in de richting van uw werk. Lauwereyns had ik bij de hand; u heb ik niet eens opgezocht op internet, ongetwijfeld door de alomtegenwoordigheid van de echo's van uw bekende stuk. Nogmaals, excuses voor het slechte huiswerk, en ik zal het Engelstalige artikel spoedig lezen.

Waar ik het niet mee eens ben is dat ik geen argument zou hebben. Dat heb ik wel degelijk. Misschien heb ik er wel twee. Ik zal hier later op mijn weblog over schrijven, tenzij u liever per e-mail correspondeert. D.w.z. als u überhaupt geïnteresseerd bent in mijn mening.

U prikt de illustratie bij mijn argument door. Maar de bewuste publicatie in de bewuste context: het loutere bestaan daarvan bewijst natuurlijk niet dat er ook iets IN staat. D.w.z. iets anders de "willekeurige, geforceerde synthese van heterogene ideeën van anderen en uit verschillende vakgebieden" waar ik over sprak. Dat is natuurlijk mijn werkelijke kritiek, waar u misschien in grote woede overheen gelezen hebt.

Maar goed, we zullen het lezen.

8:46 AM  
Anonymous said...

Beste Jeroen,

onze comments kruisten elkaar.

nee, woedend ben ik helemaal niet. Waarom zou ik ook? Een beetje aandacht op zijn tijd, daar knapt iedereen van op. Een discussie met jou vind ik prima. Want waarom zou ik niet in je mening geïnteresseerd zijn? Misschien dat we dat debat inderdaad eens moeten voeren, want je opvatting dat er sprake is van een "willekeurige, geforceerde synthese van heterogene ideeën van anderen en uit verschillende vakgebieden", is retorisch gezien een geval van begging the question. Zo zei Lubbers altijd: "Het kan niet zo zijn dat...". Maar ja, waarom niet, dat is nou juist wat interessant is...

Wordt dus hopelijk vervolgd...

Hartelijks, Jan

8:57 AM  
Jeroen Mettes said...

O, een nieuwe reactie. Een hoge snelheid van opeenvolgende reacties van dezelfde persoon duidt meestal op ernstige gekwetstheid. Dus laat ik nog maar eens mijn excuses aanbieden.

En de toon verandert van verward in neerbuigend... Blijkbaar op basis van opgedane kennis over mijn leeftijd en positie. En blijkbaar op basis van een of ander regionale oorlog tussen letterkundige babyboomers. Ik kan best tegen plagen, oom Jan. Maar laat ik zeggen dat ik in mijn eigen tank rijd.

De discussiemiddag kan ik niet bijwonen, want dan ben ik in Scandinavië. Een debat in Leiden? Wie weet. Maar ik zie meer in een geschreven openbare discussie, waar sofisme en retoriek beperkt zullen blijven. Wat het laatste betreft versla ik u natuurlijk nooit.

9:06 AM  
Jeroen Mettes said...

Weer gekruist! Nu ja, ik ga naar mijn werk.

U lijkt me ook weer tot rust gekomen. Was het het woord "Leiden" dat de vulkaan geblust heeft?

9:08 AM  
Frans-Willem Korsten said...

Beste Jan,
Grappig dat Jeroen en jij een zelfde fout maken: hij ziet niet dat jij in het Engels bent verschenen, jij ziet niet dat deze al lang lopende blog van Jeroen is. Gelukkig ook dat in je laatste reactie de woede al weer wat uit de lucht is. Een jonge, zijn nek meer dan gemiddeld uitstekende wetenschapper, met inmiddels al een staat van dienst reduceren tot een 'master's voice': dat kan niet -- en is vast ook niet je bedoeling. Voor zover ik in de context van 'master's' voorkom: ik heb het idee dat ik meer van Jeroen leer dan hij van mij. De discusssie is er en zal zich voortzetten -- onder meer dankzij deze blog. Of Jeroen je uitnodigt weet ik niet, maar ik verzeker je dat je binnenkort een officiële uitnodiging vanuit Leiden krijgt.
Hartelijke groet
Frans-Willem

9:09 AM  
Martin van Kralingen said...

Fijn, dat het debat over poëzie in ons kleine taalgebied zoveel losmaakt. Je zou haast vermoeden dat er sprake is van een ware 'richtingenstrijd'. Als dat zo is, dan gaat hel wel ergens over.....
Wie weet, misschien gaat het de Nederlandstalige poëzie nog een stevige impuls opleveren.

Ik denk dan maar: sinds de verschijning van Neerlands eerste beroemde sportingenieur - Ad van Emmenes - zijn er in alle takken van sport echte wereldtoppers opgestaan.

We gaan vast nog mooie poëzie beleven. Het moet alleen nog wel even geschreven worden.......

9:32 AM  
Anonymous said...

Point taken, Frans Willem, al was het ook plagerig bedoeld, geheel in de geest van de weblog, dacht ik.

Enfin, op toekomstige discussies...!

Hartelijks, Jan

9:34 AM  
Jeroen Mettes said...

Martin: ik zou niet te veel verwachten van het nut van de literatuurwetenschap voor de literatuur.

11:29 AM  
Martin van Kralingen said...

Ach Jeroen, geldt niet in alles 'dat verwachting de moeder van alle teleurstelling is'??
De dichter Prediker wist ons al te vertellen, dat alles leegte is, lucht en leegte. Als we dat aanvaarden, kunnen we op zijn minst genieten van alles wat er onder de zon is.

En overigens: de ware kunst van het meesterschap, schuilt in de uitdaging leerling te blijven!

12:33 PM  
Samuel Vriezen said...

Splash kwam op mij inderdaad over als een slordig en snel geschreven werk, misschien inderdaad goed te interpreteren als columnistiek, maar toch. Als een mogelijk gebrek aan diepe kennis van continentale filosofen tot onscherpe opmerkingen heeft geleid, dan in elk geval een misprision door een echte beta van over het algemeen meer gemeden back alleys van de alpha-taalfabrieksterreinen. Dat is sowieso interessant, ook als het niet klopt. Hier spreekt mijn sympathie voor intellectuele halfbloeden, ik reken mezelf daar immers ook toe. Misschien moet je Lauwereyns lezen om te zien wat er van te redden valt, met als bonus feature een touristische route langs de evolutietheorie en het hersenonderzoek?

2:03 PM  

Een reactie plaatsen

<< Home