Send As SMS

dinsdag, oktober 11, 2005

Enigszins onsamenhangend stuk, waarschijnlijk; maar toch wat argumenten

Mocht u het commentaar onder het vorige bericht niet gelezen hebben: ik ben een flapdrol. Jan de Roder heeft wel degelijk zijn hypothese gepresenteerd aan een internationaal, wetenschappelijk publiek! O.a. hier. Ik heb geen zin om van Poëzienotities een academisch weblog te maken, dus ik kan u niet beloven dat ik voortaan meer en beter research zal "doen". Maar het blijft natuurlijk onjuist. (En pijnlijk!) En in plaats van mijn sporen uit te wissen zal ik de onrechtvaardigheid hier nog eens rechtzetten. Bij deze.

*

MAAR ZOU HET KUNNEN dat ik helemaal niet op de hoogte was van de bewuste artikelen omdat ze niet zo spraakmakend waren zls De Roders eerdere interventie die "de literaire wereld op zijn kop zette"? Taalkundigen en antropologen met de voeten in de lucht? Ik weet het niet. D.w.z. ik weet het echt niet. Ik ben redelijk autistisch. Literatuurwetenschap houdt zich wat mij betreft bezig met literatuur als literatuur. Literatuurgeschiedenis bijvoorbeeld is net zo min literatuurwetenschap als een boek over dierentuinen in de Gouden Eeuw noodzakelijk voer is voor biologen. Zo denk ik ook niet dat antropologie of biologie ons iets kunnen leren over literatuur in haar eigenaardigheid. Die eigenaardigheid heeft ze immers niet te danken aan haar oorsprong of haar geschiedenis, maar aan de manier waarop een lezer leest. Voorbeeld: het is niet moeilijk om een gedicht op onpoëtische wijze te lezen ("het gaat over sla"), en met enige moeite kunnen we zelfs een krantenartikel poëtisch lezen. Wie leest Lucretius -- u weet wel: de Latijnse filosoof die in verzen schreef -- als een dichter? Maar wie leest Nietzsche zonder oog voor de literaire kwaliteiten? Naast alle conventies en vanzelfsprekendheden is poëzie uiteindelijk een kwestie van een beslissing. De lezer beslist dat hij een gedicht of iets dichterlijks in handen heeft. Er is geen enkele noodzakelijke reden voor het bestaan van literatuur of poëzie.

Bovendien, ik heb mijn twijfels over de poging om antropologie en taalkunde m.b.t. poëzie te verzoenen. Ik twijfel ook aan het beschrijven van de ontwikkeling van een taal in termen van de evolutietheorie. Maar ik ben niet thuis in die respectievelijke vakgebieden, en durf hier niet een al te zeker oordeel te vellen. Ik weet echter zeker dat je er Derrida of Lacan niet bij kunt slepen; die hebben een begrip van taal en betekenis dat Chomsky niet zou erkennen. En zeker Derrida zou niet onder de indruk zijn van De Roders zoektocht naar de oorsprong van de taal. (Vgl. zijn kritiek op De Roders illustere voorganger, Jean-Jacques Rousseau, in De la grammatologie.)

Dat is wat ik bedoel met een min of meer willekeurige mix van heterogene elementen. Als ik bovengelinkt artikel lees kom ik (te) veel citaten en verwijzingen tegen over betekenis, betekenisloosheid en ritme. Maar bedoelt Alexander Pope hetzelfde met het woord "betekenis" als Derrida of de New Critics? Het lijkt me sterk. Naast die drie woorden: een reeks synoniemen. D.w.z. De Roder heeft bepaald dat zij synoniemen zijn voor "betekenis", "betekenisloosheid", "ritme" respectievelijk.

Ondertussen lijkt hij "betekenis" in zijn inleiding breder op te vatten dan in de body van de tekst. In de inleiding is "betekenis" bijvoorbeeld ook "connotative and associative values of words and . . . the multiple functions of figurative language" (hij vat samen wat "betekenis" voor de New Critics betekent). Maar als De Roder met zijn bekende hypothese op de proppen komt blijkt "betekenis" gereduceerd te zijn tot referentie: "Rituals are meaningless in the sense that they are pure acts: only the correct performance of the acts counts, not their supposed reference."

Ik heb nog niet hard nagedacht over rituelen, maar wat betreft de taal is referentie slechts een bijzonder smalle opvatting van betekenis (nl. denotatie). De New Critics bijvoorbeeld -- De Roders stroman -- bedoelen met "meaning" iets anders dan "message" of "statement", zoals De Roder min of meer zelf al opgemerkt heeft in zijn inleiding. (Vgl. ook de "Preface" van de latere edities van Understanding Poetry.) En wat te denken van speech acts, woorden en zinnen die minder verwijzen dan een daad verrichten? Het "Ja" op het altaar is een standaard voorbeeld. Dat is taal als performance. Betekenisloos ritueel? Integendeel.

Als het een antropologische platitude is dat een ritueel betekenisloos is omdat het nergens naar verwijst, dan zal dat zijn omdat er een bepaald concept van betekenis wordt gehanteerd (betekenis = referentie, denotatie); de antropologen hebben er wellicht goede redenen voor. Maar zodra we het hebben over taal, dan kunnen we zo'n reductief concept niet handhaven. Waarom zouden we dat doen?

Bijvoorbeeld om een ontdekking te ensceneren.

Want: er blijkt meer aan de hand! Taal is niet alleen referentieel! Taal vindt zijn oorsprong in betekenisloze rituelen! Dat zou o.a. blijken uit de structuur van de syntaxis, die inderdaad "leeg" is van elke referentie; ze wordt a.h.w. opgevuld met betekenis. (Vanaf nu zal ik "betekenis" steeds in De Roders zin gebruiken.)

De link die De Roder legt tussen syntaxis, ritueel en ritme vind ik bijzonder fascinerend, en zelfs overtuigend. Overtuigend in de zin dat syntaxis, ritueel en ritme inderdaad op elkaar lijken. Maar de aard van de relatie... Het is inmiddels bekende kost, maar nu leest u het ook eens in het Engels:

One of my hypotheses is that the rhythmic layer of poetry, the prosody of poetry, like syntactic structure, is an empty pattern, going back to the structural principles of ritual. Rhythmic patterns in poetry are thus instances of pure acts in the ritual sense, and as a consequence poetry is a form of language use in which the ritual basis of language is experienced. The poetic experience is a reflection of the physical sensation associated with ritual; this effect was secondary in rituals, but has become primary in poetry, another example of exaptation.
Ritme in poëzie "goes back to" fysieke rituelen. En ritme loop vooruit op syntaxis. In die zin is poëzie "a sort of missing link takes up a position between age-old rituals and natural languages". Volgens De Roder kennen mensapen ook rituelen, en poëzie is dus in feite de "missing link" tussen de chimpansee en de sprekende aap. De Roder is Rousseau, Darwin én Jakobson. Maar dan beter.

Maar wat betekent "going back to" eigenlijk? "Afstammen" natuurlijk; een genealogische relatie. Maar in de laatste zin zegt De Roder dat de poëtische ervaring een "reflection" is van het fysieke aspect van rituelen. Maar een relatie van reflectie is zeker niet per se een relatie van afstamming. Zeggen dat poëtisch ritme lijkt op rituelen is iets anders dan zeggen dat het één afstamt van het ander. Een walvis lijkt op een vis, maar heeft andere voorouders. Of andersom: veel blanke Australiërs stammen af van criminelen, maar dat maakt ze niet per se crimineel, of doen neigen tot criminaliteit. Zo neigt poëzie ook niet per se tot de non-referentialiteit van ritme. (Ja, veel "maars".)

De Roder is in de war wat betreft de relatie tussen ritme en poëzie. Als we aannemen dat poëtisch ritme een aantal kenmerken vertoont die lijken op die van een ritueel -- de analogie is, met enige kanttekeningen, uiteindelijk overtuigend --, dan zegt dat nog niets over enige continuïteit tussen de twee, laat staan dat de laatste de oorsprong is van de eerste. Natuurlijk, het is een hypothese: dat wat bewezen moet worden. Maar een hypothese moet toch op iets meer gebaseerd zijn dan een vaag vermoeden op basis van een analogie?

(Als De Roder het volgende voorbeeld correct aanhaalt, dan is de verwarring tussen analogie en genealogie een bekend verschijnsel in zijn interdisciplinaire onderzoeksveld:

Lerdahl & Jackendoff’s (1983) attempt to develop a generative theory of tonal music fits in with this perspective on language origin quite well: both musical and poetic structures reflect a ritualistic origin, as the building blocks of musical structure exhibit a resemblance to ritual structure.
Simpelweg absurd. We doen nog maar een voorbeeld: ik lijk op mijn schoonmoeder, dus ik stam van haar af. Als we dan toch deterministisch moeten zijn, dan wil ik ook DNA zien!)

Verder kunnen we ons afvragen hoe De Roders hypothese getoetst zou kunnen worden. Niet, volgens mij. Hoe zou dat moeten gebeuren? Stel: een knappe wetenschapper slaagt er in te bewijzen dat de syntaxis van natuurlijke talen afstamt van rituelen. Dit lijkt me bijzonder onwaarschijnlijk, goed: stel. Hebben we dan een bewijs van een relatie tussen een gedicht van Kopland en rituelen van een pre-talige ritualiteit? Ik zie niet hoe. We zien nog steeds enkel een gelijkenis. Misschien zien we een grotere gelijkenis, maar dat maakt de genealogische hypothese niet waarschijnlijker.

En waar hebben we dat bewijs van die knappe wetenschapper eigenlijk voor nodig? Om iets meer van de poëzie te begrijpen?

Nee! Andersom! Het is eerder zo dat De Roders hypothese -- als we haar voor waar aannemen -- de link tussen ritueel en taal bewijst. Misschien stoor ik me daar nog wel het meest aan: poëzie is er voor de wetenschap i.p.v. andersom. Het lezen van poëzie zou een hypothese bewijzen. Elk singulier gedicht zou een punt maken over poëzie in het algemeen, en poëzie in het algemeen zou een punt maken over taal en ritueel. Nou, fijn. Ik had me gisterochtend waarschijnlijk niet moeten verlagen tot die flauwe discussie over wie of wat wetenschappelijker is; maar ik meen wel dat hier in ieder geval geen literatuurwetenschap wordt bedreven. Dat zal ook wel niet de ambitie zijn, gezien de context van de publicatie. Maar daarom is zijn aanval op de New Critics aan het begin van zijn paper ook enigszins misplaatst. De New Critics hebben het immers niet over de oorsprong van de poëzie, maar over gedichten zoals ze gelezen worden.

Maar goed. Er is dus geen enkele reden om De Roders hypothese voor waar aan te nemen, en zij is eveneens ontoetsbaar. Wat blijft er dan over? Een mooie, mythologische voorstelling van een fascinerend mysterie: de oorsprong van de taal. Had De Roder niet eigenlijk een gedicht moeten schrijven?


*

(Het grappige is dat na al de exacte-wetenschapsknipsels, De Roder in de laatste zin van zijn stuk het -- zoals we zeggen -- überlyrische begrip "excitement" als hoogste waarde uitroept:

All this might seem somewhat speculative (sic), but as Edgar Allan Poe said that only poetry that excites him is good poetry, in my view the same holds for the STUDY of poetry.

Ik ben het daar niet mee oneens. Nee, ik ben het helemaal eens met De Roder. Maar wellicht is het criterium van "excitement" nu juist wat de studie van literatuur onderscheidt van de studie van apen. De bioloog kan wel verrukt zijn over zijn baviaan, en die verruktheid kan misschien een belangrijk inzicht opleveren, maar de baviaan maakt het niets uit. De literatuurwetenschapper is verrukt over een gedicht en precies dat maakt het verschil.)

10 Comments:

Martin van Kralingen said...

Kunst is pure 'schepping', de ervaring van 'schoonheid' iets met stofjes in de hersenen. Als muziek of een gedicht niet werkt, dan is er altijd nog de chocoladereep.
Alles draait om wat ik ooit beschreven zag als 'the inner ear of imagination' in onderstaande passage:

I happened to be practising at the piano one day -- I clearly recall, not that it matters, that it was a fugue by Mozart, K. 394, for those of you who play it too -- and suddenly a vacuum cleaner started up just beside the instrument. Well, the result was that in the louder passages, this luminously diatonic music in which Mozart deliberately imitates the technique of Sebastian Bach became surrounded with a halo of vibrato, rather the effect that you might get if you sang in the bathtub with both ears full of water and shook your head from side to side all at once. And in the softer passages I couldn't hear any sound that I was making at all. I could feel, of course -- I could sense the tactile relation with the keyboard, which is replete with its own kind of acoustical associations, and I could imagine what I was doing, but I couldn't actually hear it. But the strange thing was that all of it suddenly sounded better than it had without the vacuum cleaner, and those parts which I couldn't actually hear sounded best of all. Well, for years thereafter, and still today, if I am in a great hurry to acquire an imprint of some new score on my mind, I simulate the effect of the vacuum cleaner by placing some totally contrary noises as close to the instrument as I can. It doesn't matter what noise, really -- TV Westerns, Beatles records; anything loud will suffice -- because what I managed to learn through the accidental coming together of Mozart and the vacuum cleaner was that the inner ear of the imagination is very much more powerful a stimulant than is any amount of outward observation.
(uit: Glenn Gould, Advice to a Graduation; Delivered at the Royal Conservatory of Music, University of Toronto, November 1964. http://www.collectionscanada.ca/glenngould/m23-502.6-e.html)

7:25 AM  
Marc Reugebrink said...

Laten we inzake Het schandaal van de poëzie niet uit het oog verliezen dat het opzienbarende ervan vooral het gevolg leek te zijn van het enthousiasme van critici die bij De Roder eindelijk een wetenschappelijk ogend bewijs leken te vinden dat hun grondige desinteresse voor poëzie legitimeerde: poëzie betekende helemaal niets! Dat was uitstekend! Dat was precies wat men al dacht!

Mij viel destijds vooral op dat de kern van De Roders essay uiteindelijk een echo was van veel van de poëticale reflecties sinds, laten we zeggen: Baudelaire. Ik heb al eens eerder gezegd (onder andere in yang 2002/4) dat het in die reflecties veelvuldig genoemde streven naar 'het niets' en naar taal die van zijn betekenis ontdaan was, mijns inziens altijd in de context heeft gestaan van - inderdaad - een bepaalde definitie van wat betekenisvol was. De destructiepoëtica's van de moderniteit verborgen van meet af aan de diepe wens naar een constructie, naar het 'nieuwe' dat aan de vigerende betekenissen van de 'officiële werkelijkheid' onttrokken was. Enfin, om de oude Friedrich nog eens aan te halen: de negatie in veel moderne poëzie was niet 'abwertend', maar definiërend bedoeld.

Jan de Roders toevoeging van de link met rituelen vond ik interessant genoeg, maar dat was niet echt de reden waarom het boekje plotsklaps zoveel positieve aandacht genereerde in de pers. Men moet oppassen dat men De Roder niet het applaus van de omstanders met hun eigen agenda verwijt.

Voor het overige, Jeroen en Jan, het zal jullie niet verbazen: maar de kolommen van yang staan open voor jullie schriftelijke discussie.


Marc Reugebrink.

9:02 AM  
Erwin Troost said...

Waarom wordt er toch zoveel geluld over poëzie en zo weinig goede poëzie geschreven.
Nee, dan moet je niet hierop reageren, maar schrijven wat wel voldoening geeft.

4:35 PM  
Anonymous said...

Beste Jeroen,

de discussie is begonnen! Wat betreft retoriek doe je gelukkig niet voor mij onder. Ik was dan ook blij dat je mijn foto onbewerkt hebt afgedrukt.

Wat me trof was dat je vooral geïnteresseerd lijkt in de afbakening van de literatuurwetenschap. En dan val ik volgens jou buiten de boot. Ik ben volgens jou geen wetenschapper en al helemaal geen literatuurwetenschapper. Literatuurwetenschap houdt zich volgens jou bezig met ‘literatuur als literatuur’ en biologie zou ons niets kunnen leren over ‘literatuur in haar eigenaardigheid’. Maar ja, wat die ‘eigenaardigheid’ nu precies zou kunnen zijn – en dan schiet je met tautologieën niet veel op – dat is nu juist wat me interesseert. En of je dat nou literatuurwetenschap vindt of niet, ik probeer te onderzoeken in hoeverre er wél van noodzakelijkheid, van een biologische noodzakelijkheid, sprake is bij literatuur en poëzie. En ja, dan kom ik inderdaad niet om een evolutionair perspectief op literatuur en poëzie heen.
De Roder denkt literatuurwetenschap te bedrijven maar dat doet hij niet, daar komt het geloof ik op neer. Maar is dat wel het meest interessante punt als het om mijn werk gaat? We zijn toch beiden met poëzie bezig? Schrijven erover, denken erover, praten erover? Het gaat er toch vooral om dat jij vindt dat mijn stukken jou niets leren over hoe poëzie werkt, jou niets leert over de poëtische ervaring? Je wilt toch niet serieus beweren dat je niks met mijn werk kunt omdat het geen wetenschap is, omdat ik me niet aan de speregels hou? Jouw webloglezers zouden verbaasd moeten zijn van de aap die hier zo plotseling uit de mouw komt. Want je wilt uiteindelijk je lezers alleen maar duidelijk maken wie er bevoegd is over poëzie te spreken (jij) en wie niet (ik). Een machtsspelletje dus, waar je zelf mee begonnen bent: eerst beweerde je dat ik de wetenschappelijke discussie ontweek en nadat ik duidelijk had gemaakt dat ik dat juist niet heb gedaan en je een paar voorbeelden noemde van artikelen, reageerde je met: dit is helemaal geen wetenschap. Maar laat ik je in alle eerlijkheid dit vertellen: toen ik met Marco Haverkort het artikel voor het Journal of Historical Pragmatics indiende was er veel discussie in de redactie: kon dit eigenlijk wel, daar kwam het op neer. Ja, zeiden ze uiteindelijk, want hier wordt toch iets interessants gedaan, een exploratie van iets nieuws, en de reviewers dachten er blijkbaar hetzelfde over. Kijk, dat is risico nemen, dat is grenzen verleggen, dat is wetenschap, met natuurlijk een grote kans op je bek te gaan. Dat gold zowel voor de redactie van het tijdschrift als voor de auteurs. En geloof me dat ik al veel op mijn bek ben gegaan bij taalkundigen, psychoanalytici, cognitiewetenschappers, biologen, noem maar op. Maar niemand zei me dat het geen wetenschap was wat ik deed, nee, dat moet ik weer horen van een literatuurwetenschapper, en droevig genoeg van een zeer talentvolle jonge onderzoeker. Maar jij zegt het tenminste eerlijk. Frans Willem Korsten doet dat liever op recepties als ik er niet bij ben.

Dus, Jeroen, wat wil je nou? Een discussie over wat wetenschap is en wat niet? Of een discussie over poëzie, over wat interessante vragen zijn, en welke niet? Ik vind beide best, maar een sterke voorkeur voor de tweede heb ik toch wel, en misschien is inderdaad een idee de uitnodiging van Marc Reugebrink te aanvaarden.

Een hartelijke groet, Jan

8:03 AM  
Frans-Willem said...

Jan,

Let nu toch op wat je allemaal de ether in schreeuwt. Als je er niet bij was op die receptie, hoe weet je dan wat ik daar gezegd heb? Dus wat je nu publiek maakt is dat ik een hypocriet ben, en jij eerlijk. Prima, geniet er van. Ik heb een uitstekend geheugen, ook voor wat ik op recepties zeg en tegen wie. Ik heb 'daar' niet gezegd dat je geen wetenschap bedrijft. Ik heb gezegd dat ik het niet met je stelling eens ben. Mag ik dat zeggen zonder dat ik eerst autorisering vraag aan de auteur? Er zit in deze hele discussie een ondertoon van verongelijktheid die me verbaast, die ons niets verder helpt, en die in mijn ogen een resultante is van een ongezond Nijmeegs milieu waarin intellectuele vaders en zonen hun onverwerktheid omzetten in druk email-verkeer en geroddel. Als we dan toch supereerlijk worden en nog wel op het internet zou je maar meteen moeten vertellen wie jou verteld heeft dat ik daar op die receptie over je werk heb gesproken zodat ik mag weten hoe mijn mening is geparafraseerd. Maar ja zo eerlijk ben je nu ook weer niet. Liever gratis beschadigen dus.
Wat betreft de inhoud -- over de stilistische aspecten in je reactie doe ik geen uitspraak: Jeroen is, volgens mij, niet bezig met afbakening. Ook zoekt hij niet naar essenties (wat de term 'eigenaardig' suggereert). Hij zegt ook niet dat je geen wetenschapper bent, dat zeg je zelf. Hij is het niet eens met je wetenschappelijke werkwijze, dat klopt. Of 'de' discussie is begonnen weet ik niet. Ik haak in ieder geval af als participant en zal ook niet degene zijn die je te Leiden uitnodigt. Dit is een publiek medium waarin ik scherven van geroddel, en als gevolg daarvan beschadiging (zeker als die twee keer achter elkaar plaatsvindt), niet kan accepteren.
Groet!
Frans-Willem Korsten

10:30 AM  
Anonymous said...

Beste mensen,

laten we inderdaad deze uitwisseling van gedachten snel beëindigen. Er zit teveel gif in, niet in de laatste plaats bij mij.

Alle goeds,

Jan de Roder

11:25 AM  
Sokrates said...

Gif......?

Straf mijn zonen wanneer ze volwassen zijn geworden, mannen, en val hen lastig op dezelfde manier waarop ik u heb lastig gevallen, als u de indruk krijgt dat ze voor geld of iets anders eerder zorgen dan voor hun ontwikkeling en als ze denken iets te betekenen terwijl het niets is.

2:19 PM  
Samuel Vriezen said...

In verband met gif en roddel wil ik graag de heren wetenschappers wijzen op de mogelijkheid die deze weblog biedt om bijdragen weer te verwijderen. Klik gewoon op het prullebakje, poef, niets gebeurd. Dat is heel mooi, als zo'n woordenwisseling op Usenet had plaatsgevonden b.v. zou tot in lengte van dagen de mensheid, geinteresseerd in het reconstrueren van het academisch klimaat in de neerlandistiek in het begin van de 21e eeuw, een mooie bron in jullie receptiegeschiedenissen hebben.

2:47 PM  
Jeroen Mettes said...

Kan dat ook als je anoniem reageert, Samuel? Volgens mij niet, toch?

Maar als de betrokkenen me verzoeken berichten weg te halen, dan zal ik dat natuurlijk doen.

3:48 PM  
Samuel Vriezen said...

This post has been removed by the author.

4:57 PM  

Een reactie plaatsen

<< Home