DICHTERSALFABET: De B van Bruinja
Scroll naar beneden voor een beetje poëzie. Ik ben nog niet helemaal klaar met heel erg boos zijn.Het water daalt en meer en meer shit komt aan het licht. Niet alleen wat gebeurd is, maar ook wat nu gebeurt wordt steeds pijnlijker. Barbara Bush meent dat de mensen in het Astrodome maar boffen met het gastvrije Texas, want "[they] were underprivileged anyway". Ja, dat woord gebruikte ze. Anyway. Maar bovenal: underprivileged. Dat is geen neutraal sociologische term. Want wie deelt ook al weer de privileges uit? Ik zou zeggen: de geprivilegeerden. Maar de Grand Oil'd Lady zou misschien antwoorden: "God." De typische mix van autoritair cynisme en religiositeit van de Bush dynastie blijft verbazen. Nee, fascisme is het niet. Cowboy absolutisme?
*
Het NRC:
Het NRC onderschat, zoals gebruikelijk, de hogeropgeleiden. Natuurlijk hadden ze een idee. Hun kinderen luisteren naar rappers die het gettoleven romantiseren maar allerminst gezelliger voor doen komen dan het is; en het zal de welgestelden toch wel eens opgevallen zijn dat hun heggenknippers en schoenenpoetsers latino of zwart zijn? Maar misschien bleef het daar bij: een idee -- noodzakelijk vaag, want het leven aan "de onderkant" voltrekt zich overal en voortdurend. Nu zien de welgestelden hun idee, d.i. hun verantwoordelijkheid, geconcretiseerd in een beeld, d.w.z. een heel arsenaal aan beelden, en één symbool: het verdwenen New Orleans.Eén gevolg werd de afgelopen week zichtbaar: blanke en welgestelde zwarte
Amerikanen bleken geen idee te hebben hoe hun zwarte landgenoten aan de
onderkant leven.
Dat is een machtig symbool en interessant om te vergelijken met dat van "11 september". Het laatste is een plaatje, een gruwelijk elegante voorstelling (twee rechthoeken; twee rechthoeken verdwenen). De voorstelling dringt zich op aan de toeschouwer, maar is niettemin onmiddellijk voor-stelling: het beeld staat tegenover de toeschouwer. Nog voor we konden denken over aanleiding en gevolgen, was het beeld al compleet. Af. Klaar voor een succesvol rouwproces. Het succes van rouw, volgens Freud, ligt in het nemen van afstand tot het verloren object, in voor-stelling. In die zin was "11 september" een catastrofe die zijn eigen rouwproces in gang zette, zijn eigen ritualisering. Daarom kon het beeld onmiddellijk aangegrepen worden als rechtvaardiging. Wie dacht niet bij het zien van de beelden van de instortende torens: "Dit wordt oorlog"? Natuurlijk werd het oorlog. Maar nu... Wat kunnen we denken, verwachten?
Nu hebben we te maken met een ramp zonder voorstelling. Veel, te veel beelden, maar de ramp in zijn geheel is niet te vangen in één beeld. De catastrofe strekt zich uit in de tijd; de catastrofe is de tijd zelf, de tijd tussen de doorbraak van de dijken en het begin van de reddingsacties. De tijd tussen de Middle Passage en nu?
Er is één symbool maar dat is geen voorstelling. Het staat niet tegenover de toeschouwer, het dringt zich niet op, maar dringt binnen, nestelt zich als een zwarte vogel in het sociale lichaam. De onvoorstelbaarheid van het te laat komen, van de stad verdwenen onder de zeespiegel: dit is een onvoorstelbaarheid die alleen maar geïnternaliseerd kan worden, om psychoanalytisch jargon te gebruiken. Tegenover rouw staat melancholie. Rouw is geëxternaliseerde woede ("verwerkte" woede); melancholie is geïnternaliseerde woede ("onverwerkt"). Die woede keert zich uiteindelijk tegen zichzelf.
*
Tsead Bruinja is niet zoveel ouder dan ik. Ik herken "de lekkere wijven van veronica", de "dorst van ron brandsteder en het cito-toets cement", de "horde hese kakstudentes"; hij draag een gedicht op aan Falco en Falco's klassieker "Jeanny". Maar het interesseert me niets. Minder als generatiegenoot dan als lezer herken ik het lettertype en de dikgedrukte tekst zonder hoofdletters en lettertekens. Bruinja is een gedomesticeerde Lucebert. Die kleurt beter bij het meubilair in de huiskamer van mijn goede smaak dan de getalpaïseerde Lucebert van Pfeijffer (Vlamingen en ballingen: verhef u middels deze link), maar ik kom niet graag in die kamer. Goede smaak heeft een slecht geweten. Ik ben van plan die kamer vol te hangen met foto's van lijken.
Ik zie talent, maar niets bijzonders. Nee, wacht. Ik zie een bijzonder talent om op een talent te lijken. Geen enkele regel in Batterij (Contact, 2004) is het waard uit het hoofd te leren of te bewaren voor een hypothetisch nageslacht. Maar elke regel leest als officiële poëzie. Iedereen houdt dan ook van hem, en hij houdt van iedereen.
Tegelijk denk ik: een talent is een talent. En als ik het mis heb, geef ik de schuld aan Barbara Bush.

<< Home