Send As SMS

zaterdag, augustus 27, 2005

Arie van den Berg

Afgelopen vrijdag recenseerde Arie van den Berg Vierendeel, de tweede bundel van Daniël Dee, voor NRC / Handelsblad. U vindt de tekst van de recensie hier. Het ontroert me als ik denk aan Dee die -- waarschijnlijk met gemengde gevoelens -- de gemengde recensie overtikt voor zijn internetpubliek. Maar ik ben nog niet bij de D. Ik ben wel bij het NRC. Een korte opmerking.

Ik wil het hebben over een frase van Van den Berg waar Dee interessant genoeg overheen heeft getypt. Dee citeert: "Soms zoals in 'Het lelijkste worstje' de vrijstaande, dus aandacht eisende regel 'schapen zijn alleen nuttig op de grill'." Van den Berg: "Soms raakt de nuance compleet uit het zicht, zoals in 'Het lelijkste worstje' de vrijstaande etc." Een quasi-Freudiaanse vertyping, waaruit de wens van de zoon spreekt om de Vader te mutileren? Of een bewuste daad van verzet? Wie weet.

Maar de vraag is: Wie schrijft om genuanceerd te zijn? En wie leest om genuanceerde dingen te lezen? D.w.z. wie schrijft/leest poëzie om die reden? Sinds wanneer is nuance een doel op zich? Ik neem voor het gemak aan dat men poëzie leest omdat het uiteindelijk één of andere vorm van genot oplevert. Wat is te genieten aan nuance? Wie geniet van nuance?

Ik ben pro-subtiliteit (en "schapen zijn alleen nuttig op de grill" is bijvoorbeeld qua klank en ritme behoorlijk subtiel), pro-complexiteit (ik weet niet hoe complex deze regel is; het hangt af van de context), maar de nuance... Ik heb er moeite mee. Weet je wat genuanceerd is? Zo'n debat op tv over "het Midden-Oosten" met één persoon die spreekt voor de Palestijnen en één persoon die spreekt voor de staat Israël. De nuance wordt uiteindelijk aangebracht door de discussieleider die afsluit met een platitude. "Ja, er valt voor beide partijen wel iets te zeggen. Wat een vervelende situatie is het toch. Maar als we allemaal, zoals nu, rond de tafel zouden kunnen gaan zitten en praten over onze problemen, zou het dan allemaal niet beter zijn?" De recensent lijkt op die discussieleider. Hij is "neutraal" en genuanceerd, "afgewogen" -- maar wie heeft hem het monopolie op de weegschaal gegeven? In wiens fabriek worden die weegschaal en die discussietafel geproduceerd? En is het geen schande dat er gediscussieerd moet worden over zoiets eenvoudigs als rechtvaardigheid of "het ware, glorieuze leven" (Dee)?

Van den Berg gaat verder: "Gedichten waarin Dee de toon dempt zijn mij liever. Dat gebeurt un de poëzie over zijn jeugd en het dorp waarin hij opgroeide . . ."

Waarom is een gedempte toon de recensent liever? Het zou een kwestie van persoonlijke smaak kunnen zijn. Maar denkt de recensent werkelijk aan zichzelf als hij schrijft "ik" of "mij"? Of identificeert hij zich met de ideale lezer? Hoe dan ook, die ideale lezer zou natuurlijk ook gewoon Arie van den Berg zelf zijn (sub specie aeternitatis) : "Ik ben ook jong geweest! Maar ach! Ik wil er niets meer over horen dan in de verleden tijd, als elegie. Ach!" En er is niets in zijn prozastijl of kritische vermogens dat hem boven mijn buurvrouw stelt. Dus wie kan het wat schelen? Zijn enige autoriteit ontleent hij aan zijn werkgever. Ik hoop dat Dee er ook zo over denkt. Van den Berg is "nieuwsgierig naar de ontwikkeling in Dees komende werk", waarbij hij vergeet dat een ontwikkeling NU plaatsvindt, niet morgen. Waar sta je NU, Arie van den Berg?

Op elke onderhandelingstafel ligt een pistool. Degene die het niet oppakt draagt waarschijnlijk al een pistool onder zijn kleding.

2 Comments:

Samuel Vriezen said...

Irritant, he, dat soort recensenten-onhebbelijkheden. Ik heb vandaag de boekenbijlage van NRC doorgebladerd op de nieuwe romans - die boeken lees ik bijna nooit, het bekende eenkennige-poezie-lezers-probleem met de lange spanningsboog en de gemiddelde leuterstijl van de roman - maar ik wil wel weten waar die boeken over gaan, dat ik een beetje niet helemaal een vraagteken boven mijn hoofd heb als ik weer eens een borreltje drink met mijn intellectuele vriendjes. (en wie weet, ga ik zo'n boek toch nog eens leuk vinden).

En al die boekrecensies beschrijven de plot, beschrijven de these van de auteur in het boek, beschrijven vorm e.d. en állemaal bevatten ze ergens een opmerking zo van "maar helaas legt X te veel nadruk op Y waardoor het boek niet voldoende ontroert". Alsof het doel van een recensensie is om het eigene van een boek te benoemen teneinde het vervolgens af te keuren. Het type recensentenproza dat mij direct de meest affreuze auteur tot bloedens toe doet willen verdedigen.

12:35 AM  
Jeroen Mettes said...

Precies! Het hoeft niet eens per se over ontroering te gaan. Maar altijd die formule.

Bijvoorbeeld Margot Dijkgraaf over Houellebecq: H beschrijft een kille wereld, d.w.z. zijn kille klonen schrijven over hun kille wereld, maar dat doen ze nogal "technisch en onderkoeld", wat logisch is, maar afbreuk doet aan de roman, omdat er geen "psychologische spanning" mogelijk is, waardoor de roman overkomt als "bedacht".

Ze had met precies dezelfde constateringen ook tot de conclusie kunnen komen dat Houellebecq heel consequent is en dat "vorm" en "inhoud" naadloos op elkaar aansluiten. Dat zou in ieder geval eerlijker zijn geweest t.a.v. de "doelstelling" van de roman, maar klinkt natuurlijk veel minder evenwichtig.

9:31 AM  

Een reactie plaatsen

<< Home